NJ 1958/52
Contractuele vervaltermijn van het recht op uitkering krachtens verzekeringsovereenkomst. Uitzondering veor het geval de maatschappij voldoende redenen van billijkheid aanwezig acht om de aanspraak niet als vervallen te beschouwen. Uitvoering te goeder trouw.
HR 29-11-1957, ECLI:NL:HR:1957:6
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
29 november 1957
- Magistraten
CMrs. Donner, Smits, Boltjes, Hülsmann en Petit
- Zaaknummer
[29111957/NJ_1958-52]
- Conclusie
Mr. Langemeijer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1957:6, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑11‑1957
- Wetingang
(BW art. 1374; WvK art. 302-308.)
Essentie
Contractuele vervaltermijn van het recht op uitkering krachtens verzekeringsovereenkomst. Uitzondering veor het geval de maatschappij voldoende redenen van billijkheid aanwezig acht om de aanspraak niet als vervallen te beschouwen. Uitvoering te goeder trouw.
Samenvatting
De onderhavige verzekeringsovereenkomst bevat een uitzondering op de daarin genoemden vervaltermijn van het recht op uitkering, welke uitzondering aldus door het Hof is verstaan, dat daarbij aan de maatschappij de beslissing werd gelaten over de vraag, of billijkheidsgronden aanwezig zijn om na het verstrijken van den vervaltermijn niettemin uit te betalen.
De contractsbepaling kent derhalve aan de maatschappij de bevoegdheid toe om met ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.