NJ 1929, p. 497
Leidsche opiumzaak. Begrip „afleveren" van opium.
HR 14-01-1929, ECLI:NL:HR:1929:349
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 januari 1929
- Magistraten
Mrs. Jhr. de Savornin Lohman, Savelberg, Taverne, Van Dijck, Kranenburg.
- Zaaknummer
[14011929/NJ_1929,_p._497]
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1929:349, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑01‑1929
- Wetingang
Opw (oud) art. 1; Sv art. 326.)
Essentie
Leidsche opiumzaak. Begrip „afleveren" van opium.
Samenvatting
Het woord „afleveren" heeft niet de beteekenis van „in eigendom overdragen"', maar de ruimere van „het brengen eener zaak in de macht van een ander, in of buiten verband met eenigen daartoe verplichtenden titel". De meening, dat alleen het verhandelen van opium verboden zou zijn, vindt in de wet geen steun.
De verschillende waarnemingen van de getuigen behoeven i. c. geenszins met elkaar in strijd te zijn.
De wet verbiedt niet in het proces-verbaal voor den inhoud der getuigenverklaringen te verwijzen naar processen-verbaal der zittingen van vorige rechters.
Concl. Adv.-Gen. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.