WR 2025/76
Huurrecht woonruimte: het rechtsmiddelenverbod van art. 7:262 lid 2 BW geldt per tijdvak en per onderwerp uit par. 1 en par. 2 uit de onderafdeling ‘huurprijzen en andere vergoedingen’ (onderafdeling 7.4.5.2 BW)
HR 02-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:701
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 mei 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons
- Zaaknummer
24/00589
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD15422:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Huurrecht / Bijzondere onderwerpen
Huurrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:701, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1259, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑11‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑04‑2024
- Wetingang
Art. 7:262 lid 2 BW
Essentie
Huurrecht woonruimte: het rechtsmiddelenverbod van art. 7:262 lid 2 BW geldt per tijdvak en per onderwerp uit par. 1 en par. 2 uit de onderafdeling ‘huurprijzen en andere vergoedingen’ (onderafdeling 7.4.5.2 BW)
Samenvatting
In deze zaak hebben huurders de servicekosten over 2019 aan de huurcommissie voorgelegd. Verhuurster heeft zich na de beslissing van de huurcommissie tot de kantonrechter gewend. Daarbij heeft zij o.m. een beroep gedaan op een herziene afrekening servicekosten over 2019. De kantonrechter heeft de servicekosten over 2019 lager vastgesteld dan door verhuurster bepleit is. Vervolgens is verhuurster in hoger beroep gekomen bij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.