NJB 2019/1439
Onbegrijpelijk oordeel. Een aannemer heeft het terrein van de opdrachtgever gedeeltelijk bestraat. Ergens is sprake van plasvorming. Hoge Raad: Onbegrijpelijk is op welke grond het hof is voorbijgegaan aan het verweer van de aannemer dat de plasvorming zich buiten het door hem bestrate gebied heeft voltrokken
HR 14-06-2019, ECLI:NL:HR:2019:928
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
14 juni 2019
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, A.H.T. Heisterkamp, M.J. Kroeze
- Zaaknummer
18/02003
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:928, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 14‑06‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:632, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑03‑2019
- Wetingang
(art. 79 RO)
Essentie
Onbegrijpelijk oordeel. Een aannemer heeft het terrein van de opdrachtgever gedeeltelijk bestraat. Ergens is sprake van plasvorming. Hoge Raad: Onbegrijpelijk is op welke grond het hof is voorbijgegaan aan het verweer van de aannemer dat de plasvorming zich buiten het door hem bestrate gebied heeft voltrokken
Partij(en)
A, adv. mr. N.C. van Steijn, vs. B, niet verschenen.
Uitspraak
Feiten en procesverloop
A heeft een aannemingsovereenkomst gesloten met B. Ter uitvoering daarvan heeft A bestratingswerkzaamheden uitgevoerd op een deel van het terrein van B.
In dit geding vordert A betaling voor het geleverde werk. B heeft aangevoerd dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.