Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/6.4:6.4 Conclusie en rechtsvergelijking
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/6.4
6.4 Conclusie en rechtsvergelijking
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90870:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Latere beschikkingshandelingen door de koper ten gunste van een zekerheidsnemer doen in beginsel geen afbreuk aan de voorrangspositie voor leverancierskrediet in de vier rechtsstelsels. Deze prioriteitsregel geldt voor alle zekerheidsfiguren die een voorrangspositie voor leverancierskrediet creëren. Op deze conclusie moet één uitzondering worden gemaakt. In het Amerikaanse recht heeft een later gevestigd zekerheidsrecht voorrang voor het recht van reclame en het voorrecht van de leverancier.1
In het algemeen geldt dat derdenbescherming de belangrijkste uitzondering is op de prioriteitsregel. Een latere zekerheidsnemer die te goeder trouw een kenbaar zekerheidsrecht verkrijgt doordat hij de feitelijke macht over de zaken uitoefent, wordt beschermd tegen de niet voor derden kenbare voorrangspositie van de leverancier.
Uit de rechtsvergelijking volgt dat derdenbescherming en publiciteit met elkaar verbonden zijn. Is het zekerheidsrecht van de leverancier kenbaar voor derden, dan kan een latere zekerheidsnemer geen geslaagd beroep doen op derdenbescherming. Door middel van een registratie van het zekerheidsrecht in een openbaar register, kan de leverancier in het Amerikaanse en Belgische recht daarom voorkomen dat een latere (professionele) zekerheidsnemer een beroep op derdenbescherming kan doen.2 Aangezien registratie van het recht van reclame en het voorrecht in deze rechtsstelsels niet mogelijk is, staat een beroep op derdenbescherming in deze gevallen (mogelijk) wel open.3
Ook in het Nederlandse en Duitse recht kan derdenbescherming afbreuk doen aan de voorrangspositie voor leverancierskrediet. Het eigendomsvoorbehoud is namelijk niet kenbaar voor derden. Een latere zekerheidsnemer die te goeder trouw een vuistpandrecht verkrijgt, wordt beschermd ten koste van de leverancier. Het belang van het handelsverkeer dat is gediend met een vlotte handel en rechtszekerheid omtrent de eigendomsverkrijging (en verkrijging van zekerheidsrechten) wordt door de Nederlandse en Duitse wetgever aangevoerd als argument ter rechtvaardiging van deze keuze.4
In het Nederlandse recht is derdenbescherming niet het enige risico voor de voorrangspositie van de leverancier. De fiscus heeft een sterke verhaalsrechten met betrekking tot bodemzaken. Hij kan bodembeslag leggen op bodemzaken die zich op de bodem van de koper bevinden voor een naheffingsaanslag die is genoemd in art. 22 lid 3 sub a Iw. Met het bodemrecht kan de fiscus zich verhalen op deze bodemzaken waarvan de leverancier zich de eigendom heeft voorbehouden. Heeft de leverancier een stil pandrecht op deze bodemzaken, dan kan de fiscus zich met voorrang voor dit pandrecht verhalen door middel van het bodemvoorrecht. Wil de leverancier deze bodemzaken reclameren, dan kan ook niet uitgesloten worden dat hij de fiscus voor zich moet dulden.5 Hiermee neemt het Nederlandse recht een uitzonderingspositie in ten opzichte van de andere rechtsstelsels.