AB 2018/288
Openbaarheid van bestuur. Toespitsing uitzonderingsgrond na tussenuitspraak. Onevenredige benadeling vanwege het in het gedrang komen van een goede klachtbehandeling. Aannemelijk dat betrokkenen minder bereidwillig zullen zijn om vrijuit over hun bevindingen te verklaren.
RvS 27-06-2018, ECLI:NL:RVS:2018:2143, m.nt. P.J. Stolk
- Instantie
Raad van State
- Datum
27 juni 2018
- Magistraten
Mrs. C.J. Borman, B.P. Vermeulen, J.J. van Eck
- Zaaknummer
201703928/1/A3
- Noot
P.J. Stolk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS177171:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Klachtbehandeling
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Openbaarheid van bestuur
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2018:2143, Uitspraak, Raad van State, 27‑06‑2018
- Wetingang
Art. 10 lid 2 aanhef en onder g WOB 1992
Essentie
Openbaarheid van bestuur. Toespitsing uitzonderingsgrond na tussenuitspraak. Onevenredige benadeling vanwege het in het gedrang komen van een goede klachtbehandeling. Aannemelijk dat betrokkenen minder bereidwillig zullen zijn om vrijuit over hun bevindingen te verklaren.
Samenvatting
De Afdeling begrijpt uit de opdracht van de rechtbank aan de staatssecretaris dat onvoldoende duidelijk was waarom de staatssecretaris meende dat art. 11 Wob aan de weigering de inhoudelijke passages uit de gespreksverslagen openbaar te maken ten grondslag kon worden gelegd, omdat in de gesprekken ook feitelijkheden waren gewisseld. Met het oog daarop heeft de rechtbank de staatssecretaris gevraagd om per onderdeel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.