NJ 1955/329
„Invoeren" in den zin van art. 21 lid 1 Deviezenbesluit 1945 omvat ook het in het vrije verkeer brengen van goederen door vervoer vanuit een entrepot. Invoer niet gedekt door de invoervergunning als land van herkomst onjuist is aangeduid.
HR 21-12-1954, ECLI:NL:HR:1954:64, m.nt. Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 december 1954
- Magistraten
Mrs. Fick, Feber, Vrij, van Berckel [Rapp.], Westerouen van Meeteren
- Zaaknummer
[21121954/NJ_1955-329]
- Conclusie
Mr. s' Jacob
- Noot
Prof. Mr. B.V.A. Röling
- JCDI
JCDI:ADS135728:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bijzondere onderwerpen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1954:64, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑12‑1954
- Wetingang
(Deviezenbesluit 1945 art. 21 lid 1, art. 5 lid 14.)
Essentie
„Invoeren" in den zin van art. 21 lid 1 Deviezenbesluit 1945 omvat ook het in het vrije verkeer brengen van goederen door vervoer vanuit een entrepot. Invoer niet gedekt door de invoervergunning als land van herkomst onjuist is aangeduid.
Samenvatting
Art. 5 lid 14 Deviezenbesluit 1945 bepaalt dat onder invoer wordt begrepen het aanwezig hebben van roerende goederen in, aan of op enig vervoermiddel, hetwelk daarmede uit het buitenland is gekomen, tenzij blijkt dat die goederen in het binnenland zijn opgenomen of aangebracht. Uit deze bepaling volgt, dat de expediteur of geadmitteerd convooiloper, die in opdracht van een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.