NJB 2021/1335
Beëindiging van de voorlopige hechtenis in verband met de einduitspraak in eerste aanleg: de wet bepaalt daarover slechts dat de rechtbank ‘een bevel tot voorlopige hechtenis’, dus ook een geschorst bevel tot bewaring, dient op te heffen in de gevallen als bedoeld in art. 72 lid 3 en lid 4 Sv. Een geschorst bevel tot bewaring eindigt dus niet van rechtswege op de dag na het vonnis. Biedt de wet rechtsingang om de gevangenhouding te gelasten in het geval dat de verdachte zich in bewaring bevindt na aantekening van beroep tegen de einduitspraak? Na het instellen van hoger beroep is de hoger beroepsrechter de bevoegde instantie met betrekking tot beslissingen over de voorlopige hechtenis, dus ook over de opheffing van een schorsing van de bewaring. Art. 75 lid 1 Sv bepaalt dat bevelen tot gevangenneming, gevangenhouding dan wel de verlenging daarvan na de aantekening van beroep tegen de einduitspraak worden gegeven door de rechter in hoogste feitelijke aanleg. Uit deze bepaling volgt daarom dat de rechter in hoogste feitelijke aanleg een bevel gevangenhouding kan geven, ook in het uitzonderlijke geval dat een verdachte zich in dit stadium in bewaring bevindt. In het geval de bewaring van de verdachte is geschorst, heft het hof deze schorsing op alvorens het bevel tot gevangenhouding te geven, omdat uit artikel 65 lid 1 Sv volgt dat alleen van een verdachte die zich in bewaring bevindt de gevangenhouding kan worden bevolen
HR 13-04-2021, ECLI:NL:HR:2021:516
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
13 april 2021
- Magistraten
Mrs.J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.L.J. van Strien, J.C.A.M. Claassens, C. Caminada
- Zaaknummer
20/01703
- Conclusie
Mr. P.C. Vegter
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:516, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 13‑04‑2021
ECLI:NL:PHR:2020:1140, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 01‑12‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑07‑2020
- Wetingang
Essentie
Beëindiging van de voorlopige hechtenis in verband met de einduitspraak in eerste aanleg: de wet bepaalt daarover slechts dat de rechtbank ‘een bevel tot voorlopige hechtenis’, dus ook een geschorst bevel tot bewaring, dient op te heffen in de gevallen als bedoeld in art. 72 lid 3 en lid 4 Sv. Een geschorst bevel tot bewaring eindigt dus niet van rechtswege op de dag na het vonnis. Biedt de wet rechtsingang om de gevangenhouding te gelasten in het geval dat de verdachte zich in bewaring bevindt na aantekening van beroep tegen de einduitspraak? Na het instellen van hoger beroep ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.