Einde inhoudsopgave
RvdW 2017/605
Falende bewijsklacht opzetheling. HR: art. 81 lid 1 RO. Materieel strafrecht.
HR 16-05-2017, ECLI:NL:HR:2017:882
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
16 mei 2017
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, H.A.G. Splinter-van Kan, M.J. Borgers
- Zaaknummer
15/02951
- Conclusie
A-G mr. G. Knigge
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:882, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 16‑05‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:335, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑04‑2017
Essentie
Falende bewijsklacht opzetheling. HR: art. 81 lid 1 RO. Materieel strafrecht.
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 juni 2015, nummer 20/001835-14, in de strafzaak tegen: [verdachte]. Adv.: mr. G.J.P.M. Mooren, te Goirle.
Conclusie
Conclusie A-G mr. G. Knigge:
1.
De verdachte is bij arrest van 10 juni 2015 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch — met vrijspraak van hetgeen aan hem primair ten laste is gelegd — wegens subsidiair “opzetheling”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek. Voorts heeft het hof ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.