AB 2017/6
Sluiting drugslaboratorium. Voorbereidingshandelingen. Van appellant mocht extra alertheid worden verwacht vanwege afspraken huurovereenkomst.
RvS 24-08-2016, ECLI:NL:RVS:2016:2332, m.nt. C.M.M. van Mil
- Instantie
Raad van State
- Datum
24 augustus 2016
- Magistraten
Mrs. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, E. Steendijk, E.J. Daalder
- Zaaknummer
201504850/1/A3
- Noot
C.M.M. van Mil
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS925168:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2016:2332, Uitspraak, Raad van State, 24‑08‑2016
- Wetingang
Art. 5:25 Awb; art. 2, 3, 10, 11, 13b Opw; art. 1a lid 1, 2 lid 1, aanhef en onder b en c Woningwet; art. 7.22Bouwbesluit
Essentie
Burgemeester bevoegd tot sluiting gehele bedrijfsloods vanwege grote hoeveelheid aangetroffen goederen en materialen.
Samenvatting
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 15 oktober 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BF8999), is de overtreder degene die het desbetreffende wettelijke voorschrift daadwerkelijk heeft geschonden. Dat is in de eerste plaats degene die de verboden handeling fysiek heeft verricht. Daarnaast kan in bepaalde gevallen degene die de overtreding niet zelf feitelijk heeft begaan, doch aan wie de handeling is toe te rekenen, voor de overtreding verantwoordelijk worden gehouden en derhalve als overtreder worden aangemerkt. Daarbij is van belang dat, zoals de Afdeling eveneens eerder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.