NJ 1959/17
HR, 22-04-1958
HR 22-04-1958, ECLI:NL:HR:1958:121, m.nt. Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 april 1958
- Magistraten
Mrs. van der Meulen, Feber, van Berckel, Kazemier [Rapp.], Dubbink
- Zaaknummer
[22041958/NJ_1959-17]
- Conclusie
Mr. s'Jacob
- Noot
Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS110354:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1958:121, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑04‑1958
- Wetingang
(Sr art. 279.)
Samenvatting
Het enkele feit van het aan een minderjarige, die bij iemand op bezoek is gekomen, gedurende drie etmalen onderdak verlenen, ook al is hij die het onderdak verleent ervan op de hoogte, dat degene, die over de minderjarige het wettig gezag uitoefent, niet weet waar deze vertoeft en diens verblijf in het huis, waar deze op bezoek gekomen is, niet zou goedkeuren, levert zonder meer niet op het strafbare feit van het opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag, als omschreven in art. 279 Sr. Ontslag van rechtsvervolging wegens niet-strafbaarheid van het bewezenverklaarde.
Anders: ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.