NJ 2015/149
Begrip ‘hoofdzaak’ cfm. art. 423 lid 2 Sv in appel.
HR 03-03-2015, ECLI:NL:HR:2015:507, m.nt. Redactionele aantekening
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
3 maart 2015
- Magistraten
Mrs. A.J.A. van Dorst, J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend
- Zaaknummer
13/01909
- Conclusie
A-G mr. G. Knigge
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS97210:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:507, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 03‑03‑2015
ECLI:NL:PHR:2015:87, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑01‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑10‑2013
- Wetingang
Essentie
Begrip ‘hoofdzaak’ als bedoeld in art. 423 lid 2 Sv. Verdachte wordt vervolgd voor twee feiten. Wat betreft feit 1 heeft de politierechter de inleidende dagvaarding nietig verklaard ten aanzien van het primair tenlastegelegde en de verdachte vrijgesproken van het subsidiair tenlastegelegde. Wat betreft feit 2 heeft de politierechter eveneens (en uitsluitend) de inleidende dagvaarding nietig verklaard. Het hof heeft, na een wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep, de geldigheid van de dagvaarding ten aanzien van beide feiten aangenomen en heeft vervolgens deze feiten bewezen verklaard. Nu de verdachte niet ter zitting in hoger beroep aanwezig ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.