JWB 2016/310
Arbeidsrecht
HR 02-09-2016, ECLI:NL:HR:2016:2017
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
2 september 2016
- Zaaknummer
14/01472
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Arbeidsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Internationaal publiekrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:2017, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 02‑09‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:862, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑07‑2016
ECLI:NL:HR:2014:2901, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 03‑10‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:1733, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 08‑08‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:302, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑04‑2014
- Wetingang
Art. 392 lid 1 Rv en 393 lid 9 Rv, 4:67 Wft
Essentie
Arbeidsrecht
Samenvatting
Casus
Het betreft een procedure waarbij aan de Hoge Raad prejudiciële vragen zijn gesteld door de voorzieningenrechter in een arbeidsprocedure. De Hoge Raad heeft vragen van uitleg van Unierecht gesteld aan het HvJEU. Partijen hebben een schikking bereikt en vragen om doorhaling van de procedure. De rechtbank verzoekt de Hoge Raad de gestelde prejudiciële vragen desondanks te beantwoorden.
Rechtsvraag
Wat wordt verstaan onder 'gerechtelijke of administratieve procedure' in de zin van artikel 4:67 Wft? En valt de procedure bij het UWV na een verzoek tot verlenen van toestemming voor opzegging van een dienstverband? ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.