RAV 2012/97
Onrechtmatige daad. Wanneer is een AMK-melding van een vermoeden van kindermishandeling onrechtmatig jegens een derde?
Rb. Amsterdam 13-06-2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BX1494
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
13 juni 2012
- Magistraten
Mr. C.M.E. de Koning
- Zaaknummer
490303 / HA ZA 11-1601
- LJN
BX1494
- JCDI
JCDI:ADS912126:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2012:BX1494, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 13‑06‑2012
- Wetingang
BW art. 6:162, 7:900
Essentie
Onrechtmatige daad. Zorgvuldigheidsnorm.
Wanneer is een melding van een vermoeden van kindermishandeling onrechtmatig jegens een derde en welke maatstaf wordt aangelegd bij de beoordeling van de onrechtmatigheid van een AMK-melding door een professional?
Samenvatting
De eiser in deze procedure woont samen met mevrouw A. en haar minderjarige zoon B. De biologische vader van B. woont elders.
Gedaagde, een volledig bevoegd kinder- en jeugdtherapeute, behandelt B. voor broekpoepproblemen zonder medische oorzaak. Na een intake en een achttal sessies overweegt gedaagde op grond van haar observaties en uitlatingen van B. een melding bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Gedaagde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.