Zie Asser-Procesrecht/Veegens-Korthals Altes-Groen nr 199 en, onder verwijzing naar dit werk, mijn ambtgenoot Huydecoper voor HR 17 oktober 2008, LJN: BE7628, NJ 2009, 474.
HR, 24-12-2010, nr. 10/00002
ECLI:NL:HR:2010:BO3583, Terugverwijzing: (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24-12-2010
- Zaaknummer
10/00002
- Conclusie
Mr. J. Spier
- LJN
BO3583
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2010:BO3583, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑12‑2010; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BO3583
Terugverwijzing naar: ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ0401, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
ECLI:NL:PHR:2010:BO3583, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑11‑2010
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2010:BO3583
- Vindplaatsen
AR-Updates.nl 2010-1008
VAAN-AR-Updates.nl 2010-1008
Uitspraak 24‑12‑2010
Inhoudsindicatie
Arbeidsrecht. Omvang schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Hof is bij vaststelling hoogte schadevergoeding ten onrechte uitgegaan van de kantonrechtersformule (XYZ-formule), vgl. HR 27 november 2009, LJN BJ6506, NJ 2010/493 en 12 februari 2010, LJN BK4472, NJ 2010/494.
24 december 2010
Eerste Kamer
10/00002
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. R.A.A. Duk,
t e g e n
1. BOUWMARKT BEVERWIJK B.V.,
gevestigd te Beverwijk,
2. BOUWMARKT HAARLEM B.V.,
gevestigd te Haarlem,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en (in enkelvoud) Bouwmarkt.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 142040/HA ZA 08-8 van de rechtbank Haarlem van 2 juli 2008;
b. het arrest in de zaak 200.015.155/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 15 september 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Bouwmarkt heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot referte.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt in zowel het principale als in het incidentele beroep tot vernietiging van het bestreden arrest.
3. Beoordeling van het middel in het principale en in het incidentele beroep
3.1 Het gaat in deze zaak om de omvang van de aan [eiser] toekomende schadevergoeding wegens het door Bouwmarkt aan hem gegeven ontslag, dat naar het - in cassatie niet bestreden - oordeel van het hof kennelijk onredelijk is.
3.2 Zoals volgt uit hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen in zijn arresten van 27 november 2009, nr. 09/00978, LJN BJ6506, NJ 2010/493, en 12 februari 2010, nr. 09/03517, LJN BK4472, NJ 2010/494, geeft het oordeel van het hof blijk van een onjuiste rechtsopvatting waar het bij de vaststelling van de hoogte van de aan [eiser] toe te kennen schadevergoeding is uitgegaan van de zogeheten kantonrechtersformule met een correctiefactor van 0,5 (XYZ-formule).
3.3 De daarop gerichte klachten van de middelen slagen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep en in het incidentele beroep:vernietigt het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 15 september 2009;
verwijst het geding naar het gerechtshof te 's-Gravenhage ter verdere behandeling en beslissing;
in het principale beroep voorts:
veroordeelt Bouwmarkt in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 6.341,16 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris;
in het incidentele beroep voorts:
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Bouwmarkt begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 december 2010.
Conclusie 05‑11‑2010
Mr. J. Spier
Partij(en)
Conclusie inzake
[Eiser]
(hierna: [eiser])
tegen
- 1.
Bouwmarkt Beverwijk B.V.
- 2.
Bouwmarkt Haarlem B.V.
(hierna tezamen: Bouwmarkt)
1.
In cassatie gaat het, zowel in het principale als in het incidentele beroep, om de berekening van de kennelijk onredelijk ontslagvergoeding.
2.
In juli 2007 heeft Bouwmarkt na een dienstverband van 36 jaar de arbeidsovereenkomst met (voorheen: statutair) directeur [eiser] beëindigd. Daarop heeft [eiser] Bouwmarkt gedagvaard en — voor zover thans nog van belang — een verklaring voor recht gevorderd dat het hem gegeven ontslag kennelijk onredelijk is (op de voet van art. 7:681 lid 2 onder b BW). Tevens heeft hij betaling van (onder meer) schadevergoeding van € 628.530,30, berekend aan de hand van de kantonrechtersformule, gevorderd. Bouwmarkt heeft de hoogte en de berekeningswijze van de schadevergoeding bestreden.
3.
In zijn arrest van 15 september 2009 heeft het Hof Amsterdam geoordeeld dat het ontslag kennelijk onredelijk is (rov. 4.7–4.10). In rov. 4.11–4.12 berekent het Hof de schadevergoeding aan de hand van de XYZ-formule en komt tot een bedrag van € 190.000 bruto. Tegen 's Hofs arrest is tijdig beroep in cassatie ingesteld. Bouwmarkt heeft incidenteel beroep ingesteld.
4.
Zowel [eiser] als Bouwmarkt klagen in cassatie over de onder 3 genoemde berekening van de kennelijk onredelijk ontslagvergoeding. Bouwmarkt refereert zich in het principaal cassatieberoep aan het oordeel van Uw Raad; [eiser] doet hetzelfde in incidenteel cassatieberoep.
5.
Onder verwijzing naar hetgeen Uw Raad heeft overwogen in de arresten van 27 november 2009, LJN BJ6596 en 12 februari 2010, LJN BK4472 kan ik kort zijn: de klachten slagen.
6.
De enige vraag waartoe het incidentele beroep aanleiding geeft, is of Bouwmarkt daarbij (voldoende) belang heeft. Volgens mr Van Staden ten Brink is dit beroep zinvol om ‘te ontkomen aan het verbod van reformatio in peius’ omdat de leer van Uw Raad eerst — kort gezegd — bekend is geworden na het wijzen van 's Hofs arrest (incidentele klacht onder 6). Mr Van Staden ten Brink heeft geen schriftelijke toelichting genomen; hij heeft deze laatste stelling (dan ook) niet nader uitgewerkt. Ik veronderstel dat hij ermee tot uidrukking wil brengen dat Bouwmarkt wil voorkomen dat de verwijzingsrechter niet op een lager bedrag kan uitkomen dan het Hof Amsterdam in het arrest a quo in welk geval [eiser] slechter zou worden van zijn cassatieberoep.
7.
Naar de huidige inzichten snijdt het onder 6 genoemde betoog hout, wat er ook zij van de daarvoor aangevoerde grond.1.
8.
In zijn s.t. hoopt mr Duk op wijsheid ‘uit het oosten’ om de worstelende praktijk, waaronder ‘de besten’, ‘meer richting’ te geven. Daarbij signaleert hij een spanning tussen de onder 5 genoemde arresten (sub 8 en 9). Ik begrijp zijn verlangen. Aan al hetgeen ik in eerdere conclusies over deze problematiek al heb geschreven, kan ik thans weinig toevoegen, behalve dan dat deze conclusies door sommige geleerden onjuist worden weergegeven.
Conclusie
Deze conclusie strekt, zowel in het principale als in het incidentele beroep, tot vernietiging van het bestreden arrest.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Advocaat-Generaal
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 05‑11‑2010