NJB 2020/582:Ontbindingsverzoek toegewezen door de kantonrechter. Hoger beroep. Ex tunc. Ex nunc. De kantonrechter ontbindt een arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding en kent een transitievergoeding toe. In hoger beroep voert de werkgever aan dat hem inmiddels is gebleken dat de werknemer computervredebreuk heeft gepleegd. Mede op grond hiervan veroordeelt het hof de werknemer tot terugbetaling van de transitievergoeding. Hoge Raad: In hoger beroep moet de vraag of het verzoek van de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst terecht is toegewezen worden beoordeeld naar de toestand ten tijde van de beslissing van de kantonrechter (‘ex tunc’). Het staat partijen vrij in hoger beroep andere feiten en omstandigheden naar voren te brengen dan in eerste aanleg zijn aangevoerd. Indien de appelrechter tot het oordeel komt dat het ontbindingsverzoek van de werkgever ten onrechte is toegewezen, kan hij voorzien in herstel van de arbeidsovereenkomst of een billijke vergoeding toekennen. Welke voorziening de rechter treft, moet worden beoordeeld aan de hand van de aan de rechter ten tijde van de beslissing in hoger beroep bekende feiten en omstandigheden, ook indien deze zich hebben voorgedaan na de ontbindingsbeschikking (‘ex nunc’). Het onderdeel voert niet aan dat het hof feiten en omstandigheden in zijn beoordeling heeft betrokken die dateren van na de beschikking van de kantonrechter