Gst. 2016/149
Het in vermoeden als bedoeld in artikel 9.9 WSF is in beginsel geoorloofd. Het mag in geval van een bestuurlijke boete echter niet neerkomen op omkering van de bewijslast. Dit brengt onder meer mee dat het vermoeden tot maximaal twaalf maanden voorafgaand aan de constatering van de overtreding mag terugwerken.
CRvB 01-06-2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1878, m.nt. H.E. Bröring
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
1 juni 2016
- Magistraten
H.J. de Mooij, J. Brand, J.P.A. Boersma
- Zaaknummer
15-1733 WSF
- Noot
H.E. Bröring
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS924739:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Sociale zekerheid kinderen en jongeren / Studiefinanciering
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2016:1878, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 01‑06‑2016
- Wetingang
(Art. 6 lid 2 EVRM; art. 5:41, 5:46 lid 2 Awb; art. 1.5 lid 1, 9.9 lid 2 WSF)
Essentie
Het in vermoeden als bedoeld in artikel 9.9 WSF is in beginsel geoorloofd. Het mag in geval van een bestuurlijke boete echter niet neerkomen op omkering van de bewijslast. Dit brengt onder meer mee dat het vermoeden tot maximaal twaalf maanden voorafgaand aan de constatering van de overtreding mag terugwerken.
Samenvatting
De Raad is van oordeel dat een vermoeden als hier aan de orde in beginsel kan worden aanvaard. Het begrip wonen houdt een zekere duurzaamheid in en het vermoeden is gerechtvaardigd dat de tijdens de controle aangetroffen situatie niet wezenlijk verschilt van de situatie in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.