Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/4.1:4.1 Inleiding
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS587101:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Beide bevoegdheden hangen ook met elkaar samen. De bevrijdende verjaring begint pas te lopen als de vordering opeisbaar is. Vgl. art. 3:307 lid 2 BW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
194. In hoofdstukken 3 t/m 9 worden de bevoegdheden en de rechten van de stille cedent en de stille cessionaris besproken. In hoofdstuk 3 is de belangrijkste bevoegdheid van de schuldeiser besproken, de inningsbevoegdheid. In dit hoofdstuk komen de bevoegdheden aan bod om nakoming te kunnen (blijven) vorderen: de bevoegdheid om de vordering opeisbaar te maken en de bevoegdheid om de bevrijdende verjaring te stuiten. Vanwege de nauwe samenhang met de inning van de vordering volgt de bespreking van deze bevoegdheden direct na de bespreking van de inningsbevoegdheid.1