WR 2026/17
Prejudiciële beslissing – woninghuur: ontruiming woning waarin ook kinderen wonen; toepassing art. 3 lid 1 IVRK; belang van het kind; taak rechter; stelplicht en bewijslast partijen
HR 28-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1799, m.nt. C.L.J.M. de Waal
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 november 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/04220
- Noot
C.L.J.M. de Waal
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD42820:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal publiekrecht (V)
Huurrecht / Algemeen
Huurrecht / Huur van woonruimte
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1799, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:728, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑06‑2025
- Wetingang
Art. 3 lid 1 IVRK
Essentie
Prejudiciële beslissing – woninghuur: ontruiming woning waarin ook kinderen wonen; toepassing art. 3 lid 1 IVRK; belang van het kind; taak rechter; stelplicht en bewijslast partijen
Samenvatting
De HR geeft antwoord op prejudiciële vragen over de toepassing van art. 3 lid 1 IVRK. Uit dat artikel volgt dat aan de belangen van een inwonend minderjarig kind een bijzonder gewicht toekomt in verhouding tot andere bij die maatregelen betrokken belangen. Hoewel deze belangen zwaar wegen, behoeven zij niet de doorslag te geven; zij moeten worden afgewogen tegen de overige belangen, met inachtneming van alle omstandigheden van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.