NJB 2024/1492
Schadevergoeding benadeelde partij en art. 6:106, aanhef en onder a, BW: in gevolge deze bepaling heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van immateriële schade als de aansprakelijke persoon het oogmerk had om zodanige schade toe te brengen. Daarbij is mede gedacht aan het beschadigen of vernielen van een zaak met het oogmerk daarmee immateriële schade toe te brengen. Onder het hier bedoelde ‘oogmerk’ moet worden verstaan de bedoeling om een ander immateriële schade toe te brengen. Daarvoor volstaat niet dat de verdachte opzettelijk een situatie heeft geschapen waardoor aan de benadeelde partij immateriële schade is toegebracht. In casu is het bestaan van dit oogmerk niet toereikend gemotiveerd.
HR 18-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:836
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juni 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/00074
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:836, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑06‑2024
- Wetingang
(art. 6:106 BW)
Essentie
Schadevergoeding benadeelde partij en art. 6:106, aanhef en onder a, BW: in gevolge deze bepaling heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van immateriële schade als de aansprakelijke persoon het oogmerk had om zodanige schade toe te brengen. Daarbij is mede gedacht aan het beschadigen of vernielen van een zaak met het oogmerk daarmee immateriële schade toe te brengen. Onder het hier bedoelde ‘oogmerk’ moet worden verstaan de bedoeling om een ander immateriële schade toe te brengen. Daarvoor volstaat niet dat de verdachte opzettelijk een situatie heeft geschapen waardoor aan de benadeelde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.