NJB 2015/2195
De toepassing van art. 8:32 lid 2 Awb is niet beperkt tot stukken die een partij op grond van een wettelijke verplichting overlegt
CRvB 19-11-2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4096
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
19 november 2015
- Magistraten
Mrs. Van Vulpen-Grootjans, Bangma, Garvelink-Jonkers
- Zaaknummer
13-3027 AW
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2015:4096, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 19‑11‑2015
- Wetingang
(Awb art. 8:32)
Essentie
De toepassing van art. 8:32 lid 2 Awb is niet beperkt tot stukken die een partij op grond van een wettelijke verplichting overlegt
Uitspraak
(…)
Overwegingen
4.2.
De hogerberoepsgronden van appellant over de toepassing van artikel 8:32, tweede lid, van de Awb zijn niet gericht tegen het materiële oordeel van de rechtbank, dat de persoonlijke levenssfeer van betrokkene onevenredig zou worden geschaad door de kennisneming van de (medische) rapporten van 17 december 2011 door appellant zelf. De toepassing van artikel 8:32 van de Awb behoort, aldus appellant, een evenwicht te bieden tussen het belang van een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.