RBP 2026/14
Caribische Zaak. Wat is de rechtspositie van een bestuurder van een Curaçaose vennootschap die door de Ontvanger aansprakelijk wordt gesteld voor belasting- en premieschulden van de vennootschap?
HR 07-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1657
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 november 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, M.T. Boerlage, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, W.A.P. van Roij
- Zaaknummer
24/04109
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- JCDI
JCDI:BSD51496:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Belastingen overzeese Koninkrijksdelen / Curaçao
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1657, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:426, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑04‑2025
- Wetingang
Art. 392 Rv; art. 428 Rv Curaçao
Essentie
Prejudiciële beslissing. Procesrecht. Bevoegde rechter. Wat is de rechtspositie van een bestuurder van een Curaçaose vennootschap die door de Ontvanger aansprakelijk wordt gesteld voor belasting- en premieschulden van de vennootschap?
Samenvatting
In onderhavige procedure, die aanhangig is bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Hof), vordert een bestuurder van een Curaçaose vennootschap opheffing van het door de Ontvanger gelegde beslag, staking van de veiling en – mocht de Ontvanger overgaan tot veiling – betaling van schadevergoeding. De bestuurder legt aan zijn vordering ten grondslag dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.