Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/4.5
4.5 Samenvatting en evaluatie van hoofdstuk 4
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS299342:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Recente cijfers zijn niet bekend. In het -laatst gepubliceerde- jaarverslag van de Accountantskamer over 2011 wordt gesteld dat ‘Percentueel gezien kan geconcludeerd worden dat slechts 1% van de ongeveer 14.000 registeraccountants niet (volledig) aan de permanente educatieverplichtingen voldoet’ (p. 12 jaarverslag). In 2011 betrof dit 176 zaken (p. 10 jaarverslag), https://www.accountantskamer.nl/images/Jaarverslag2011jaarplan2012.pdf
Voor een uitvoerige bespreking van de bewijslast verwijs ik naar paragraaf 5.5.
RB Arnhem 4 april 2007, JA 200108, r.o. 3.12.
HR 13 oktober 2006, LJN AW2080, JOR 2006, 296, JRV 2006, 752, NJ 2008, 528, r.o. 5.4.3.
Kort samengevat heb ik in het voorgaande de volgende conclusies getrokken ten aanzien van de verschillende zorgverplichtingen van de accountant, welke voortvloeien uit de overkoepelde zorgplicht van de accountant om te handelen als een redelijk handelende en redelijk bekwame extern controlerende accountant.
Zorgverplichting 1: De accountant dient voldoende deskundigheid te hebben
Deze zorgverplichting is concreet ingevuld in wet- en regelgeving. Aan het slot van paragraaf 4.4.2 heb ik reeds geconcludeerd dat de kans op schending van deze zorgverplichting gering is, mede gezien het toezicht van de NBA op de naleving.1
Zorgverplichting 2: Inzet van deskundigheid.
De accountant voert de wettelijke controle bedoeld in artikel 2:393 BW uit met inzet van die deskundigheid.
Bij de wet- en regelgeving inzake de wettelijke controle zoals bedoeld in artikel 2:393 BW is sprake van veel open normen, zoals ‘redelijke mate van zekerheid’, ‘materieel belang’, ‘getrouw beeld/inzicht’, ‘voldoende en passend’ en ‘aanvaardbaar laag niveau’. Deze normen worden ingevuld met behulp van professionele oordeelsvorming. Door het subjectieve element dat inherent is aan professionele oordeelsvorming wordt de kans op een schending van deze zorgverplichting (en daarmee van aansprakelijkheid), verkleind. Deze kans wordt eveneens verkleind indien de risico-inschatting conform de regelgeving is gemotiveerd en in het controledossier is vastgelegd.2
Het risico van schending van deze zorgverplichting is mijns inziens beperkt voor een accountant die de normen te goeder trouw en met redelijke inspanning toepast, en effectief gebruik maakt van instrumenten zoals dossiervorming. Dit wordt onderbouwd door het feit dat er bijna geen (lagere) rechtspraak of tuchtrechtspraak is met betrekking tot de wettelijke controle. Dit neemt echter niet weg dat het uiteraard altijd mogelijk is dat de accountant zijn zorgplicht schendt, ondanks voornoemde open normen, risico-inschatting en het subjectieve element inherent aan professionele oordeelsvorming. Immers ‘waar gehakt wordt, vallen spaanders’, oftewel, er worden altijd fouten gemaakt. Dit lijkt vooral aan de orde te zijn met betrekking tot de vraag of sprake is van van voldoende en geschikte controle- informatie.
Zorgverplichting 3: Informatie- en waarschuwingsplicht
De informatieplicht gaat voor de accountant een steeds grotere rol spelen bin-nen het takenpakket dat behoort bij de wettelijke controle en is mijns inziens echt in opkomst. Indien duidelijk is dat een cliënt door gebrek aan door de accountant te verstrekken informatie niet in staat is geweest tijdig daarop afgestemde maatregelen te treffen, ligt een groot aansprakelijkheidsrisico op de loer. De accountant doet er daarom goed aan alle mondeling verstrekte informatie, schriftelijk vast te leggen richting cliënt, waarbij de voorkeur wordt gegevens aan een uitgebreid accountantsverslag.
Ik verwacht dat de waarschuwingsplicht de komende jaren een (nog) grotere rol zal gaan spelen bij de invulling van de zorgplicht van de accountant. In recente jurisprudentie wordt een waarschuwingsplicht van de accountant jegens zijn opdrachtgever alleen aangenomen, indien een waarschuwing het ontstaan van een bepaalde situatie had kunnen voorkomen.
Er wordt vooralsnog geen waarschuwingsplicht aangenomen, indien sprake is van aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad jegens derden.
Voor wat betreft de op de opdrachtgever of derde rustende bewijslast3 ter zake een tekortkoming in de nakoming dan wel onrechtmatige daad, kan gebruik worden gemaakt van een tuchtrechtelijke uitspraak. Indien de tuchtrechter de door de beroepsbeoefenaar geleverde core-dienstverlening in volle omvang heeft getoetst, wijkt de zorgvuldigheidsnorm waaraan de tuchtrechter heeft getoetst immers niet in relevante mate af van de civielrechtelijke beroepsaansprakelijkheidsnorm.4 Er is alsdan sprake van ‘wezenlijk dezelfde norm’ (zie paragraaf 3.6 over de relatie tussen de civiele procedure tot aansprakelijkheid en het tuchtrecht). Hier dient echter wel rekening te worden gehouden met het door de Hoge Raad in het Vie d’Or arrest5 gemaakte voorbehoud dat: ‘ aan het oordeel van de tuchtrechter dat in strijd is gehandeld met de voor het desbetreffende beroep geldende normen en regels, niet zonder meer de gevolgtrekking kan worden verbonden dat de betrokkene civielrechtelijk aansprakelijk is wegens schending van een zorgvuldigheidsnorm’. De civiele rechter dient zijn oordeel in dit verband wel zorgvuldig te motiveren.
Zou de civiele rechter tot het oordeel komen dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming dan wel een onrechtmatige daad, bestaande uit een schending van de zorgplicht, dan is de benadeelde er nog niet. Er dient namelijk ook nog te zijn voldaan aan de volgende voorwaarden: (i) de tekortkoming dan wel onrechtmatige daad kan worden toegerekend aan de aangesprokene, (ii) er is sprake van schade en (iii) er bestaat een causaal verband tussen de tekortkoming dan wel onrechtmatige daad en de schade. In hoofdstuk 5 zullen deze voorwaarden worden besproken.
Ondanks bovenstaande relativeringen, is er veel maatschappelijke onrust en zijn accountants regelmatig negatief in het nieuws. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt door de verwachtingskloof. Het is van groot belang dat de verwachtingskloof wordt gedicht of ten minste verkleind.