Rb. Rotterdam, 20-02-2025, nr. C/10/691676 / FA RK 24-9572
ECLI:NL:RBROT:2025:4364
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
20-02-2025
- Zaaknummer
C/10/691676 / FA RK 24-9572
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBROT:2025:4364, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 20‑02‑2025; (Beschikking)
Uitspraak 20‑02‑2025
Inhoudsindicatie
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging. Art. 6:4 Wvggz. Betrokkene is wederom niet verschenen. De machtiging is voor de volledige termijn toegewezen met compensatie aan de achterkant.
Partij(en)
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/691676 / FA RK 24-9572
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 20 februari 2025 betreffende een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1997, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. J. van Wingerden te Dordrecht.
1. Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 24 december 2024.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de medische verklaring opgesteld door [persoon A] , psychiater, van
18 december 2024;
- -
de medische verklaring opgesteld door [persoon A] , psychiater, van 17 januari 2025;
- -
de medische verklaring opgesteld door [persoon B] , psychiater, van 10 februari 2025;
- -
de zorgkaart van 6 december 2024;
- -
het zorgplan van 10 december 2024;
- -
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
- -
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz;
- -
de relevante politie-, strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene.
1.2.
Op zowel 6 januari 2025 als 27 januari 2025 is de behandeling aangehouden. Op de eerstgenoemde datum heeft de rechtbank geoordeeld dat uit de medische verklaring onvoldoende duidelijk bleek waarop de diagnose gebaseerd was. Op 27 januari 2025 is de zaak nogmaals aangehouden, omdat betrokkene alsnog de gelegenheid moest krijgen om opnieuw door de onafhankelijke psychiater onderzocht te worden. Het onderzoek moest door een andere psychiater worden gedaan. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt.
1.3.
Betrokkene is wederom niet verschenen.
1.4.
De voortgezette mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden te rechtbank Rotterdam locatie Dordrecht op 20 februari 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
- -
de hiervoor genoemde advocaat;
- -
[persoon C] , psychiater, en [persoon D] , casemanager, beiden verbonden aan Fivoor.
1.5.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2. Beoordeling
2.1.
De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. Betrokkene is per gewone brief van 11 februari 2025 opgeroepen. Tijdens de mondelinge behandeling voert de advocaat aan dat betrokkene van de zitting afweet. Ze had ook verwacht dat hij zou komen. Zowel voorafgaand aan de mondelinge behandeling als tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat meerdere keren geprobeerd betrokkene telefonisch te bereiken. De behandelaren lichten toe dat zij hem de dag voor de zitting nog hebben gesproken en ook hadden verwacht dat hij zou verschijnen. De rechtbank is van oordeel dat het standpunt van betrokkene niet zal veranderen. Zijn wens is duidelijk.
2.2.
Bij beschikking van deze rechtbank van 22 januari 2024 is op grond van artikel 6:4 Wvggz een aansluitende zorgmachtiging verleend tot en met 22 januari 2025. De officier heeft op 24 december 2024 een verzoek ingediend voor een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden.
2.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis.
2.4.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene zijn verkeerde gedachtes als denkfouten ziet. Hij heeft ook stemmen. Er spelen dan negatieve gedachtes bij hem op. Mensen zouden naar hem kijken en hij zou op zo’n moment scherp moeten opletten. Ook zou hij in een simulatie leven, waardoor hij dingen gaat doen die hij niet door heeft. In die toestand kan hij ook agressief zijn en delictgedrag vertonen. Er bestaat een risico dat hetzelfde agressieve gedrag kan gaan opspelen zoals bij een eerdere ontregeling.
Tijdens de mondelinge behandeling licht de psychiater toe dat betrokkene vaker ontregelingen heeft gehad. Betrokkene heeft zorg en medicatie nodig om ervoor te zorgen dat hij niet ontregelt. De casemanager vult aan dat betrokkene ook middelen gebruikt. In combinatie met de depot gaat dat niet goed. Ze proberen betrokkene continu te motiveren.
2.5.
Om een crisissituatie af te wenden, het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor, heeft betrokkene zorg nodig.
2.6.
Namens betrokkene wordt primair verzocht om het af te wijzen, omdat betrokkene geen zorgmachtiging wil. Gebleken is echter dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Er is sprake van een gebrekkig ziekte-inzicht. Het liefst wil hij geen medicatie, omdat hij er last van heeft. Zo zou hij zich beter kunnen concentreren zonder en is hij vlotter. Hij wil de medicatie het liefst afbouwen en ziet de risico’s niet zoals zijn behandelaren die schetsen. Betrokkene heeft de mening dat hij dat zonder medicatie zelf zijn denkfouten kan oplossen. Tijdens de mondelinge behandeling licht de psychiater nog toe dat betrokkene zich niet aan de afspraken houdt. Om die redenen is verplichte zorg nodig.
2.7.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. De advocaat voert subsidiair aan dat de verplichte vormen van zorg beperkt moeten blijven. Op dit moment gaat het vrij goed in de ambulante setting. Daarnaast neemt betrokkene de medicatie en komt hij zijn afspraken na. Op dit moment is het niet voorzienbaar dat het opnemen in een accommodatie nodig is. Hij is lang geleden opgenomen geweest. Insluiten is daarbij ook niet voorzienbaar. Verder is er geen cameratoezicht bij Yulius en het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek is nog niet eerder toegewezen. De psychiater licht toe dat het de laatstgenoemde twee verplichte vormen van zorg nodig zullen zijn als betrokkene naar Fivoor zou gaan. Oftewel hij naar de forensische setting moet uitwijken. Daarnaast is bij opname controle op de middelen nodig. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- -
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles, ter behandeling van een psychische stoornis;
- -
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;
en wanneer er bij betrokkene sprake is van een psychische ontregeling en ambulante behandeling niet langer voldoende is om het ernstig nadeel af te wenden:
- -
het beperken van de bewegingsvrijheid;
- -
het insluiten;
- -
het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- -
het onderzoek aan kleding of lichaam;
- -
het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- -
het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- -
het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
- -
het opnemen in een accommodatie.
2.8.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding, alsmede het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende de beperking van het gebruik van communicatiemiddelen, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd.
2.9.
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De advocaat voert subsidiair aan dat het verzoek voor zes maanden toegewezen moet worden, aangezien er inmiddels buiten het beslistermijn wordt toegewezen. De rechtbank is van oordeel dat de volledige duur kan worden toegewezen, met compensatie aan de achterkant. Bij de eerste aanhouding is hij voor drie weken verlengd. Vervolgens is de nadere mondelinge behandeling geweest en het is toen voor onbepaalde tijd aangehouden. Om die reden kan de termijn de volledige termijn gehanteerd worden. De zorgmachtiging zal aansluitend op een zorgmachtiging worden verleend tot en met 6 januari 2026, met ingang van vandaag.
3. Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.7. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 januari 2026;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 20 februari 2025 mondeling gegeven door mr. N. Freese, rechter, in tegenwoordigheid van L. Mast, griffier, en op 4 maart 2025 schriftelijk uitgewerkt. Deze beschikking is bij afwezigheid van mr. N. Freese ondertekend door mr. A.C. Siemons. | ||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.