Einde inhoudsopgave
RvdW 2009, 218
HR, 20-01-2009, nr. 07/12443
HR 20-01-2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG1662
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
20 januari 2009
- Magistraten
Mrs. F.H. Koster, J.W. Ilsink, W.M.E. Thomassen
- Zaaknummer
07/12443
- Conclusie
A-G Machielse
- LJN
BG1662
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Tenuitvoerlegging
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2009:BG1662, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 20‑01‑2009
ECLI:NL:PHR:2009:BG1662, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑01‑2009
- Wetingang
Sv art. 592a
Essentie
Als een benadeelde partij zich in het geding heeft gevoegd, moet de rechter cfm art. 592a Sv een beslissing geven over de kosten die door de benadeelde partij en de verdachte zijn gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog zijn te maken. ’s Hofs oordeel dat die kosten worden begroot op nihil, terwijl de benadeelde partij in eerste aanleg wel dergelijke kosten heeft opgevoerd, is dan ook niet zonder meer begrijpelijk.
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 maart 2007, nummer 23/005378-06, in de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.