NJ 2007, 452
HR, 19-04-2005, nr. 02876/04
HR 19-04-2005, ECLI:NL:HR:2005:AS9314
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
19 april 2005
- Magistraten
Mrs. C.J.G. Bleichrodt, J.P. Balkema, J. de Hullu
- Zaaknummer
02876/04
- Conclusie
A-G Jörg
- LJN
AS9314
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2005:AS9314, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑04‑2005
ECLI:NL:HR:2005:AS9314, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 19‑04‑2005
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑12‑2004
- Wetingang
Sv art. 334 lid 1; EVRM art. 6
Essentie
Verdachte kan ook ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij niet als getuige in zijn eigen zaak worden gehoord.
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 22 mei 2003, nummer 23/002509-00, in de strafzaak tegen R. van der M. Adv. mr. G.P. Hamer en mr. A.M. Ficq-Kengen, beiden te Amsterdam
Voorgaande uitspraak
Hof:
De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 3 primair en subsidiair, 4 primair, subsidiair en meer subsidiair en 5 primair en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.