NJ 2004, 607
Betekening aan de griffier en bekendheid alsnog van GBA-adres ter zitting noopt bij verstek tot schorsing.
HR 22-06-2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9097
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
22 juni 2004
- Magistraten
Mrs. C.J.G. Bleichrodt, A.J.A. van Dorst, J. de Hullu
- Zaaknummer
02037/03
- Conclusie
A-G Wortel
- LJN
AO9097
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Tenuitvoerlegging
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2004:AO9097, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑06‑2004
ECLI:NL:HR:2004:AO9097, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 22‑06‑2004
- Wetingang
Sv art. 280 lid 1; Sv art. 588 lid 1 en onder b sub 3; Sv art. 590; EVRM art. 6 lid 3
Essentie
Appèldagvaarding is conform art. 588 lid 1 en onder b sub 3 uitgereikt omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was. Na die betekening wordt verdachte in het GBA ingeschreven en twee dagen voor de zitting wordt dat via VIPS-controle vastgesteld. De dagvaarding is rechtsgeldig betekend, maar de rechter dient het onderzoek ter zitting te schorsen teneinde de verdachte in de gelegenheid te stellen om alsnog in zijn aanwezigheid te worden berecht.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.