JOL 2004, 312
De beperking van de bevoegdheid van de politierechter tot het opleggen van een vrijheidsstraf bij berechting van meer feiten geldt niet als die feiten niet gelijktijdig worden berecht. Dan is hij in iedere zaak bevoegd een vrijheidsstraf op te leggen tot het in art. 269 Sv genoemde maximum. Strafprocesrecht
HR 08-06-2004, ECLI:NL:HR:2004:AO8335
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
8 juni 2004
- Magistraten
mrs. C.J.G. Bleichrodt, A.J.A. van Dorst, B.C. de Savornin Lohman,
- Zaaknummer
02403/03
- Conclusie
A-G Jörg
- LJN
AO8335
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2004:AO8335, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 08‑06‑2004
ECLI:NL:HR:2004:AO8335, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 08‑06‑2004
Essentie
De beperking van de bevoegdheid van de politierechter tot het opleggen van een vrijheidsstraf bij berechting van meer feiten geldt niet als die feiten niet gelijktijdig worden berecht. Dan is hij in iedere zaak bevoegd een vrijheidsstraf op te leggen tot het in art. 269 Sv genoemde maximum
Voorgaande uitspraak
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 mei 2003, nummer 22/004575–02, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedatum] 1979, te [woonplaats], ten tijde van de betekening van de aanzegging uit anderen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.