NJ 2003, 19
Bewaring ten behoeve van rechthebbende.
HR 29-10-2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5650
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
29 oktober 2002
- Magistraten
C.J.G. Bleichrodt, F.H. Koster, G.J.M. Corstens, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann
- Zaaknummer
02116/01
- Conclusie
A-G Machielse
- LJN
AE5650
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2002:AE5650, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 29‑10‑2002
ECLI:NL:HR:2002:AE5650, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 29‑10‑2002
- Wetingang
Sv art. 353
Essentie
Het staat de rechter vrij de bewaring te gelasten, indien aannemelijk is dat degene onder wie is inbeslaggenomen geen recht heeft op het voorwerp. Dit geldt ook wanneer niet is vastgesteld dat met betrekking tot het inbeslaggenomen goed een strafbaar feit is begaan.1
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 13 februari 2001, nummer 23/001251–00, in de strafzaak tegen P.J. B., adv. mrs. G.P. Hamer en A.M. Ficq-Kengen te Amsterdam.
Hof:
Uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep de verdachte vrijgesproken van het hem bij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.