JOL 2002, 542
Vervangende hechtenis en draagkracht bij ontnemingszaken. Materieel strafrecht
HR 15-10-2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2762
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 oktober 2002
- Magistraten
W.J.M. Davids, A.M.J. van Buchem-Spapens, J.P. Balkema, B.C. de Savornin Lohman, E.J. Numann
- Zaaknummer
0098601P
- Conclusie
A-G Jörg
- LJN
AE2762
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2002:AE2762, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑10‑2002
ECLI:NL:HR:2002:AE2762, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 15‑10‑2002
Essentie
Vervangende hechtenis en draagkracht bij ontnemingszaken. Materieel strafrecht
Samenvatting
Voorgaande uitspraak
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 1 februari 2001, nummer 24/000643–99, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[de betrokkene], te [woonplaats].
Hoge Raad:
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep — met vernietiging van een beslissing van de Arrondissementsrechtbank te Leeuwarden van 17 juni 1999 — de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van ƒ 15 355, subsidiair één dag hechtenis.