JOL 2000, 358
Het niet toelaten in een bar van mensen die afkomstig zijn uit het Verwijder Centrum levert een (indirecte) discriminatie wegens ras in de zin van art. 429quater Sr op. Strafrecht
HR 13-06-2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6191
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
13 juni 2000
- Magistraten
W.J.M. Davids, F.H. Koster, A.M.M. Orie, J.P. Balkema, A.J.A. van Dorst
- Zaaknummer
00274/99
- Conclusie
A-G Mr. Jörg
- LJN
AA6191
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2000:AA6191, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑06‑2000
ECLI:NL:HR:2000:AA6191, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 13‑06‑2000
Essentie
Het niet toelaten in een bar van mensen die afkomstig zijn uit het Verwijder Centrum levert een (indirecte) discriminatie wegens ras in de zin van art. 429quater Sr op. Strafrecht
Samenvatting
Voorgaande uitspraak
Hoge Raad:
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Groningen van 2 november 1998 in de strafzaak tegen:
[verdachte], te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
De Rechtbank heeft in hoger beroep — met vernietiging van een vonnis van de Kantonrechter te Winschoten van 5 maart 1998 — de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding primair en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.