NJ 1999, 620
Gevolgen opleggen vervangende hechtenis voor executie straf
HR 29-06-1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1581
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
29 juni 1999
- Magistraten
Haak, Corstens, Orie
- Zaaknummer
110689P
- Conclusie
A-G Jörg
- LJN
ZD1581
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Penitentiair recht (V)
Materieel strafrecht / Sancties
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:ZD1581, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 29‑06‑1999
- Wetingang
Sr art. 24d lid 1; Sr art. 36e lid 4
Essentie
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. Bij de vaststelling van de duur van de vervangende hechtenis mag de rechter rekening houden met de wijze van executie en de gevolgen die de oplegging van de sanctie overigens heeft. Hij is niet verplicht rekening te houden met een gevolg dat wordt bepaald door de met de executie van de sanctie belaste autoriteit, zoals het vanwege de opgelegde vervangende hechtenis aanpassen van de detentiefasering bij de tenuitvoerlegging van de in de hoofdzaak opgelegde vrijheidsstraf.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.