NJ 1998, 37
Ontoereikend bewijs van ‘ogenblikkelijk levensgevaar’ cfm. 450 Sr
HR 25-03-1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0669
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
25 maart 1997
- Magistraten
Hermans, Keijzer, Aaftink
- Zaaknummer
104258
- Conclusie
A-G Fokkens
- LJN
ZD0669
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:ZD0669, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 25‑03‑1997
- Wetingang
Sr art. 450
Essentie
Ontoereikend bewijs van ‘ogenblikkelijk levensgevaar’ cfm. art 450 Sr.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Groningen van 18 maart 1996 in de strafzaak tegen R.L., te Groningen, adv. mr. F.L. van Lelyveld te Leek.
Rechtbank:
Bewezenverklaring en bewijsvoering
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij op 5 of 6 februari 1995, in de gemeente Groningen, getuige van het ogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander, te weten D.J.V. verkeerde, heeft nagelaten deze D.J.V. die hulp te verlenen en/of te verschaffen die hij hem, zonder gevaar voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.