NJ 1996, 397
Telastegelegde snelheidsoverschrijding niet voorhanden bewijsmateriaal beslissend voor ontvankelijkheid OvJ in strafvervolging inz. 21 RVV 1990 / betekenis toegestane afwijking radarsnelheidsmeter van 3% bij snelheden groter dan 100 km
HR 12-12-1995, ECLI:NL:PHR:1995:AD4795
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
12 december 1995
- Magistraten
Haak, Davids, Keijzer, Bleichrodt, Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, Meijers
- Zaaknummer
100764
- LJN
AD4795
- JCDI
JCDI:ADS73972:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AD4795, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 12‑12‑1995
ECLI:NL:PHR:1995:AD4795, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑12‑1995
- Wetingang
Sv art. 348; Sv art. 359; WAHV art. 2; RVV 1990 art. 21; Besch. verkeersmeetmiddelen politie art. 1.1.4
Essentie
Onjuist is de opvatting dat voor de ontvankelijkheid van d e OvJ in zijn strafvervolging inz. art. 21 RVV 1990 niet de telastegelegde snelheidsoverschrijding doch het voorhanden bewijsmaterial beslissend is. De omstandigheid dat de cfm 1.1.4 Bijlage Verkeersmeetmiddelen Politie geijkte radarsnelheidsmeter bij snelheden groter dan 100 kilometer per uur 3% van de werkelijke snelheid mag afwijken, brengt mee dat zo'n meetresultaat slechts redengevend kan zijn voor het bewijs indien dat meetresultaat bij een snelheid van meer dan 100 kilometer per uur tenminste 3% meer bedraagt dan die snelheid.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.