NJ 1996, 410
Rechtshulpverzoek; dubbele strafbaarheid / Rb. heeft niet onbegrijpelijk geoordeeld dat naar Nederlands recht niet-strafbare feiten — overmaking geld onder dekking van schijncontracten met oog op belastingontduiking — niet als zelfstandige strafbare feiten worden verweten maar zijn vermeld als omstandigheid waaronder andere strafbare feiten zouden zijn begaan
HR 18-10-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZD1078, m.nt. A.H.J. Swart
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
18 oktober 1994
- Magistraten
Hermans, Beekhuis, Davids, Keijzer, Schipper, Fokkens
- Zaaknummer
3129
- Noot
A.H.J. Swart
- LJN
ZD1078
- JCDI
JCDI:ADS65671:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht (V)
Internationaal strafrecht / Justitiële en politionele samenwerking
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZD1078, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 18‑10‑1994
- Wetingang
Sv art. 552o lid 2; NARV art. 6 lid 1
Essentie
Rechtshulpverzoek; dubbele strafbaarheid. De rechtbank heeft niet onbegrijpelijk geoordeeld dat naar Nederlands recht niet-strafbare feiten — het overmaken van geld onder dekking van schijncontracten met het oog op belastingontduiking — niet als zelfstandige strafbare feiten worden verweten maar zijn vermeld als omstandigheid waaronder de andere strafbare feiten zouden zijn begaan.
Voorgaande uitspraak
Beschikking
in raadkamer op het beroep in cassatie van R.T.E., zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande; belanghebbenden: Dumatrust BV en Hordijk; adv. mr. A.M.M. Orie te 's-Gravenhage.
De feiten, waarop rechtshulpverzoek betrekking heeft
Bij brieven van 5 juni 1992 en 24 mei 1993 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.