NJ 1993, 673
Redelijke termijn (m.nt. ThWvV)
HR 16-03-1993, ECLI:NL:PHR:1993:AD1845, m.nt. Th.W. van Veen
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
16 maart 1993
- Magistraten
Haak, Mout, Van-Nieuwenkamp Erp Taalman Kip, Meijers
- Zaaknummer
93519
- Noot
Th.W. van Veen
- LJN
AD1845
- JCDI
JCDI:ADS117888:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Onbekend (V)
Materieel strafrecht / Sancties
Gezondheidsrecht / Bijzondere onderwerpen
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:AD1845, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 16‑03‑1993
ECLI:NL:PHR:1993:AD1845, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 16‑03‑1993
- Wetingang
Opiumwet art. 2 lid 1 onder A; EVRM art. 6
Essentie
Redelijke termijn.
Samenvatting
Klacht over schending van de redelijke termijn cfm. art. 6 EVRM (tussen het instellen van hoger beroep door de officier van justitie (3 okt. 1990) en de behandeling daarvan (26 juli 1991) in cassatie tardief, nu de in hoger beroep verschenen verdachte noch diens raadsman daarover hebben geklaagd. Geen schending van de redelijke termijn tussen instellen cassatieberoep (19 dec. 1991) en behandeling door de Hoge Raad (8 dec. 1992) noch ten aanzien van de behandeling van de zaak in zijn geheel; dat verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken en in hoger beroep is veroordeeld ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.