NJ 1993, 417
Klacht inzake redelijke termijn tardief in cassatie, nu verdachte, hoewel na aanhouding niet verschenen, op tegenspraak is veroordeeld en niet blijkt dat raadsman namens verdachte verweer dienaangaande heeft gevoerd (m.nt. C)
HR 13-10-1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC9121, m.nt. G.J.M. Corstens
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
13 oktober 1992
- Magistraten
Hermans, Beekhuis, Keijzer, Govaerts, Koster, Leijten
- Zaaknummer
91914
- Noot
G.J.M. Corstens
- LJN
ZC9121
- JCDI
JCDI:ADS117857:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1992:ZC9121, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 13‑10‑1992
- Wetingang
EVRM art. 6 lid 1
Essentie
Klacht inzake redelijke termijn tardief in cassatie, nu verdachte, hoewel na aanhouding niet verschenen, op tegenspraak is veroordeeld en niet blijkt dat de raadsman, die het woord tot verdediging heeft gevoerd, namens verdachte verweer dienaangaande heeft gevoerd.
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 5 aug. 1991 in de strafzaak tegen J.F.E. van V., te Amsterdam, adv. mr. B.A. Vink te Amsterdam.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 5 aug. 1991 in de strafzaak tegen J.F.E. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.