NJ 1989, 59
HR, 29-03-1988, nr. 83531U
HR 29-03-1988, ECLI:NL:PHR:1988:AD0258
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
29 maart 1988
- Magistraten
Beekhuis, Keijzer, Govaerts, Meijers
- Zaaknummer
83531U
- LJN
AD0258
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1988:AD0258, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑03‑1988
ECLI:NL:PHR:1988:AD0258, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑03‑1988
- Wetingang
UW art. 18 lid 3 onder a; UW art. 18 lid 3 onder d; UW art. 28 lid 3; EUV art. 12 lid 2 onder a; EUV art. 12 lid 2 onder c
Essentie
1. Genoegzaamheid der stukken ondanks ontbreken van overgelegd signalement van de opgeeiste persoon, nu de rechtbank diens ter zitting afgelegde verklaringen omtrent persoon en nationaliteit als vaststaand kon aanmerken.
2. Op grond van de overgelegde stukken heeft de rechtbank kunnen aannemen dat de in die stukken genoemde vrijheidsstraf voor verdere tenuitvoerlegging vatbaar is. De klacht dat de (afwijzende) beslissing van de Duitse rechter omtrent vervroegde c.q. voorwaardelijke invrijheidstelling bij de stukken behoorde te worden overgelegd, miskent dat art. 12 Europees Uitleveringsverdrag die eis niet stelt.
3. De uitspraak vermeldt niet de toepasselijke verdragsartikelen. De Hoge ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.