NJ 1985, 40
HR, 26-06-1984, nr. 77151
HR 26-06-1984, ECLI:NL:PHR:1984:AC8465
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
26 juni 1984
- Magistraten
Moons, De Groot, De Waard, Hermans, Haak, Remmelink
- Zaaknummer
77151
- LJN
AC8465
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1984:AC8465, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 26‑06‑1984
ECLI:NL:PHR:1984:AC8465, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑06‑1984
- Wetingang
Sr art. 137e; Sv art. 311 lid 4; Sv art. 326
Essentie
1. De rechter kon oordelen dat a. verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de uitlatingen voor joden beledigend waren; b. de uitlatingen niet zijn gedaan ten behoeve van zakelijke berichtgeving.
2. Het p.-v. bevat niets waaruit kan blijken dat aan de verdachte in onvoldoende mate het laatste woord is gelaten.
Samenvatting
Ad 1. Passages in door verdachte gepubliceerd artikel: 1. B., die gehuwd is met een Duitse jodin — die dus blijkbaar ook niet is vergast — en zelfs een naam heeft die vaak onder joden voorkomt en een joods uiterlijk heeft; en 2. De agressieve en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.