NJ 1976, 198
HR, 20-01-1976, nr. 68055
HR 20-01-1976, ECLI:NL:PHR:1976:AB5359, m.nt. Th.W. van Veen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 januari 1976
- Magistraten
Dubbink, Vroom, Fikkert, Van Der Ven, Bronkhorst
- Zaaknummer
68055
- Noot
Th.W. van Veen
- LJN
AB5359
- JCDI
JCDI:ADS65730:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1976:AB5359, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑01‑1976
ECLI:NL:PHR:1976:AB5359, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑01‑1976
- Wetingang
Essentie
Toereikend bewijs dat de ƒ 45 000 voor requirant een bate vormde en in elk geval tot zijn (failliete) boedel behoorde. Requirants verklaring: ‘Ik heb in maart 1969 de beschikking gehad over ƒ 45 000’ kan daartoe redengevend zijn.
Het Hof behoefde het feitelijke verweer niet afzonderlijk te weerleggen.
‘Ons bleek, onder meer door verklaringen’; zelf waargenomen of ondervonden? Inhoud bewijsmiddel niet in arrest opgenomen. Niet zelf waargenomen of ondervonden. De stukken kunnen niet ook voor het onderzoek ter terechtzitting na verwijzing door de Hoge Raad als voorgelezen worden aangemerkt.
Samenvatting
's Hofs vaststelling dat de verklaring van requirant ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.