NJ 1973, 483
HR, 23-07-1973
HR 23-07-1973, ECLI:NL:PHR:1973:AB5740
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
23 juli 1973
- Magistraten
De Meijere, Ras, Polak, Fikkert, Koster
- Zaaknummer
[1973-07-23/NJ_54373]
- LJN
AB5740
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1973:AB5740, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 23‑07‑1973
ECLI:NL:PHR:1973:AB5740, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 23‑07‑1973
- Wetingang
UW art. 26; Sv art. 297
Essentie
Begrijpelijke gedachtengang van Rechtbank met betrekking tot het aantonen van onschuld. Uit herkenning en opgaven van requirant moet worden afgeleid dat van diens paspoort tenminste de korte inhoud is medegedeeld.
Samenvatting
De Rechtbank heeft in haar overweging kennelijk tot uitdrukking willen brengen, dat de overgelegde stukken, waarvan er slechts een steun biedt aan requirants stelling, dat hij op 25 maart 1971 verbleef bij zijn tante Gertrude Ward te Windsor, Ontario, Canada, bij wie hij in huis was gekomen herstellende van een blindedarmoperatie na ontslag uit het ziekenhuis, haar niet hebben kunnen overtuigen van de juistheid van die stelling ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.