NJ 1967, 417
HR, 11-04-1967
HR 11-04-1967, ECLI:NL:PHR:1967:AB4447, m.nt. Ch.J. Enschedé
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
11 april 1967
- Magistraten
Feber, Kazemier, Eijssen, Moons, Ras
- Zaaknummer
[1967-04-11/NJ_51385]
- Noot
Ch.J. Enschedé
- LJN
AB4447
- JCDI
JCDI:ADS146779:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1967:AB4447, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 11‑04‑1967
ECLI:NL:PHR:1967:AB4447, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑04‑1967
- Wetingang
Essentie
Uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid, dat de door rekw. weggenomen bromfiets niet was een res derelicta.
Samenvatting
Uit de gebezigde bewijsmiddelen, met name uit de verklaring van rekw. voor zover behelzende dat het zijn bedoeling was de weggenomen Solex-bromfiets zelf te behouden en te blijven gebruiken, heeft de rechter kunnen afleiden dat die bromfiets van een ander of anderen dan rekw. toebehoorde. De rechter heeft immers uit die verklaring kennelijk afgeleid en ook kunnen afleiden, dat het in de t.l.l. bedoelde rijwiel met hulpmotor ten tijde van het wegnemen daarvan zich bevond in een zodanige voor verder gebruik ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.