NJ 1967, 101
HR, 22-11-1966
HR 22-11-1966, ECLI:NL:PHR:1966:AB5653, m.nt. D. van Eck
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
22 november 1966
- Magistraten
Feber, Kazemier, Eijssen, De Meijere, Ras
- Zaaknummer
[1966-11-22/NJ_51069]
- Noot
D. van Eck
- LJN
AB5653
- JCDI
JCDI:ADS117165:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1966:AB5653, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 22‑11‑1966
ECLI:NL:PHR:1966:AB5653, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑11‑1966
- Wetingang
Aw 1912 art. 35
Essentie
Openbaarmaking van een portret zonder daartoe gerechtigd te zijn in de zin van art. 35 Auteurswet 1912.
Samenvatting
Mede gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van de Auteurswet 1912, moet worden aangenomen, dat een bij die wet aan de maker van een portret opgelegd verbod tot openbaarmaking van het portret zich a fortiori ook richt tegen derden. Daarom moet, nu ingevolge art. 21 van die wet, van een portret, vervaardigd zonder daartoe strekkende opdracht, aan de maker door of vanwege de geportretteerde, of te diens behoeve gegeven, openbaarmaking door degene aan wie het auteursrecht op het portret ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.