HR, 08-06-2012, nr. 11/01767
ECLI:NL:HR:2012:BW5726
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
08-06-2012
- Zaaknummer
11/01767
- Conclusie
mr. Wuisman
- LJN
BW5726
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:PHR:2012:BW5726, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 08‑06‑2012
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BW5726
ECLI:NL:HR:2012:BW5726, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 08‑06‑2012; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BW5726
- Vindplaatsen
Conclusie 08‑06‑2012
mr. Wuisman
Partij(en)
Zaaknummer: 11/01767
mr. Wuisman
Rolzitting: 13 april 2012
CONCLUSIE inzake:
[Eiser],
eiser tot cassatie,
advocaat: thans mr. K. Aantjes;
tegen
[Verweerder],
verweerder in cassatie,
niet verschenen.
1. Feiten en procesverloop
1.1
In cassatie kan van de volgende feiten worden uitgegaan((1)):
- (i)
Eiser tot cassatie (hierna: [eiser]) heeft met [betrokkene 1], toen eigenaar van [A] Autoverhuur, afspraken gemaakt die zijn vastgelegd op een op 1 december 2004 gedateerd document((2)) en het volgende behelzen:
- a.
ter delging van openstaande vorderingen van [eiser] op [betrokkene 1] draagt laatstgenoemde een achttal auto's in eigendom aan [eiser] over;
- b.
[betrokkene 1] huurt de auto's van [eiser] en is hiervoor en voor onderhoud aan de auto's een bedrag van € 12.500,- exclusief BTW per kwartaal aan [eiser] verschuldigd;
- c.
voor rekening van [betrokkene 1] komen verder brandstof, verzekering en wegenbelasting.
- (ii)
Het betalingsverkeer tussen [eiser] en [betrokkene 1] verloopt via een door [eiser] geopende bankrekening. Naar deze rekening worden ook de huurbedragen overgemaakt die door [betrokkene 1] op zijn naam aan klanten van hem zijn gefactureerd.
- (iii)
Het bedrijf [A] Autoverhuur staat bij de Kamer van Koophandel ingeschreven.
- (iv)
Op 9 december 2005 is [betrokkene 1] tot de wettelijke schuldsaneringsregeling toegelaten met benoeming van verweerder tot cassatie (hierna: [verweerder]) tot bewindvoerder.
- (v)
Vóór de toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling heeft [betrokkene 1] nog voor een bedrag van € 10.311,54 facturen laten uitgaan naar klanten van hem, die deze facturen hebben voldaan na de toelating van [betrokkene 1] tot de wettelijke schuldsaneringsregeling door overboeking van het gefactureerde bedrag naar de hiervoor onder (ii) genoemde rekening.
- (vi)
Op het verzoek van [verweerder] om genoemd bedrag naar hem over te maken is [eiser] niet ingegaan.
1.2
Bij dagvaarding van 4 juli 2008 is [verweerder] tegen [eiser] een procedure bij de rechtbank Leeuwarden gestart, waarin hij een veroordeling van [eiser] vordert tot betaling van het bedrag van € 10.311,54, te vermeerderen met wettelijke rente en incassokosten. [Eiser] voert verweer tegen de vordering. Primair stelt hij zich op het standpunt dat de in geschil zijnde inkomsten uit verhuur van auto's hem toekwamen, omdat hij het autoverhuurbedrijf van [betrokkene 1] vanaf 1 december 2009 heeft voortgezet en dat laatstgenoemde daarbij slechts als tussenpersoon van hem is opgetreden. Subsidiair, d.w.z. in het geval dat de op de rekening binnengekomen huurinkomsten op zichzelf nog aan [betrokkene 1] zouden hebben toebehoord omdat hij het autoverhuurbedrijf op eigen naam zou zijn blijven uitoefenen, heeft hij de vordering van [betrokkene 1] ter zake kunnen en mogen verrekenen met hetgeen hij nog van [betrokkene 1] had te vorderen.
1.3
Bij vonnis d.d. 16 september 2009 wijst de rechtbank de vordering van [verweerder] toe, behoudens voor zover deze betrekking heeft op buitengerechtelijke kosten. Naar het oordeel van de rechtbank is [betrokkene 1] na 1 december 2009 het autoverhuurbedrijf op eigen naam blijven voortzetten, hoorden de in geschil zijnde door [betrokkene 1] gefactureerde en op de rekening van [eiser] voldane bedragen aan [betrokkene 1] toe en staat artikel 307 Fw een verrekening als door [eiser] verdedigd niet toe.
1.4
Het hof Leeuwarden heeft het vonnis bij arrest d.d. 26 oktober 2010 bekrachtigd. Ook het hof is van oordeel dat [betrokkene 1] na 1 december 2009 het autoverhuurbedrijf op eigen naam is blijven voortzetten en dat de in geschil zijnde huurinkomsten hem toekwamen. De bestrijding van de verwerping van het beroep op verrekening acht hof ook niet steekhoudend. De vordering van [betrokkene 1] op [eiser] ontstond niet reeds, zoals door [eiser] verdedigd, op het moment van factureren (dus vóór de toelating van [betrokkene 1] tot de schuldsaneringsregeling) maar pas na de ontvangst van de gefactureerde bedragen op de rekening van [eiser]. Dat de vordering op een eerder moment zou zijn ontstaan, is in ieder geval niet voldoende onderbouwd. Verder is niet voldoende onderbouwd het verweer dat een deel van de gefactureerde bedragen betrekking heeft op verhuringen van nà de toelating van [betrokkene 1] tot de schuldsaneringsregeling.
1.5
Met een op 26 januari 2011, derhalve tijdig, uitgebracht exploot is [eiser] van het arrest van het hof in cassatie gekomen. [Verweerder] is niet verschenen. Van de zijde van [eiser] is nog een korte Schriftelijke Toelichting ingediend.
2. Bespreking van de cassatiemiddelen
2.1
Er zijn twee cassatiemiddelen aangevoerd. Beide middelen kunnen om de volgende reden geen doel treffen. Aan beide middelen ligt de stelling ten grondslag dat de in geschil zijnde vorderingen uit verhuur door [betrokkene 1] bij gelegenheid van de overeenkomst van 1 december 2004 als toekomstige vorderingen aan [eiser] zijn overgedragen. Deze stelling is niet in de vorige instanties naar voren gebracht. Omdat de vaststelling van de juistheid van deze stelling mede een beoordeling van feitelijke aard vergt, kan zij niet voor het eerst in cassatie worden opgevoerd. Anders gezegd, beide cassatiemiddelen stoelen op een in cassatie niet toelaatbaar novum en daarmee op een niet deugdelijke grond.
3. Conclusie
De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
1.
Zie het overzicht van vaststaande feiten in het arrest d.d. 26 oktober 2010 van het hof te Leeuwarden.
- 2.
Productie 4 bij de Akte na Comparitie d.d. 28 januari 2009
Uitspraak 08‑06‑2012
Partij(en)
8 juni 2012
Eerste Kamer
11/01767
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
- a.
het vonnis in de zaak 90312/HA ZA 08-558 van de rechtbank Leeuwarden van 16 september 2009;
- b.
het arrest in de zaak 200.045.728/01 van het gerechtshof te Leeuwarden van 26 oktober 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door mr. P. Garretsen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 8 juni 2012.