NJB 2025/1794:Verzoek tot aanhouding van het zittingsonderzoek: herhaling en toepassing kader vaste rechtspraak. In casu heeft de raadsman van de verdachte aan het aanhoudingsverzoek ten grondslag gelegd dat de verdachte van plan was om op de zitting te verschijnen, maar eerder die ochtend was weggestuurd bij het station en geen geld voor een treinkaartje had omdat hij dakloos is. Het hof heeft in onvoldoende mate blijk gegeven van een afweging van alle bij aanhouding van het onderzoek op de terechtzitting betrokken belangen, nu de door het hof in zijn motivering genoemde omstandigheden niet zonder meer met zich brengen dat de verdachte niet op de terechtzitting aanwezig wilde zijn of dat het belang van de verdachte om aanwezig te zijn bij het onderzoek op de terechtzitting ontbreekt. Het hof heeft daarnaast uitsluitend ‘het maatschappelijk belang om de zaak tijdig af te doen’ in aanmerking genomen, zonder echter dat belang – aan de hand van andere factoren zoals het procesverloop, het gewicht van de zaak en de belangen van eventuele benadeelde partijen die zich hebben gevoegd – te concretiseren.