NJB 2025/804:Arbeidsovereenkomst. Uitzendovereenkomst. Platformarbeid. Via het platform van platformexploitant Helpling hebben schoonmakers schoonmaakwerk verricht bij particuliere huishoudens. Hadden zij een arbeidsovereenkomst met Helpling of met de huishoudens? Was het een gewone arbeidsovereenkomst of een uitzendovereenkomst? Het hof oordeelt dat de schoonmakers een uitzendovereenkomst hadden met Helpling. Hoge Raad: 1. Niet-bedrijfsmatige inlener. Niet valt in te zien waarom een natuurlijke persoon geen uitzendkracht zou kunnen inschakelen voor werkzaamheden ten behoeve van zijn huishouden. 2. Loon. Nu Helpling de contractuele verhoudingen geheel beheerst en heeft vormgegeven, gaat het oordeel van het hof dat zij een arbeidsovereenkomst met de schoonmakers heeft, ook al is het loon verschuldigd door de huishoudens, niet uit van een onjuiste rechtsopvatting. Het oordeel is evenmin onvoldoende gemotiveerd. 3. Gezag. Het hof heeft wat betreft de door het huishouden uitgeoefende leiding en toezicht geoordeeld dat dit niet het volle gezag betrof: het formele werkgeversgezag ligt immers naar het oordeel van het hof bij Helpling. Die weging geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onvoldoende gemotiveerd.