TRA 2019/29
De opzegtermijn bij opvolgende arbeidsovereenkomsten
HR 30-11-2018, ECLI:NL:HR:2018:2222, m.nt. Mr. F.M. Dekker
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
30 november 2018
- Zaaknummer
17/05566
- Noot
Mr. F.M. Dekker
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS18546:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Insolventierecht / Faillissement
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:2222, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 30‑11‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:1361, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑11‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:786, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑07‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑11‑2017
- Wetingang
art. 7:667 BW, 7:673 BW en 7:668a BW
Essentie
De opzegtermijn bij opvolgende arbeidsovereenkomsten
Uitspraak
Inleiding
De werkneemster werkte sinds 1992 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij een bedrijf in sportartikelen (het voormalige Rucanor). De werkgever ging in februari 2013 failliet en de werkneemster trad op 1 april 2013 bij de doorstarter (ESS) in dienst. Wederom was sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In augustus 2016 is deze opvolgende arbeidsovereenkomst vanwege een reorganisatie opgezegd. ESS hanteerde daarbij een opzegtermijn gebaseerd op een dienstverband vanaf 2013. Ook de transitievergoeding berekende ESS op basis van een anciënniteit van drie jaar. De werkneemster meent dat ESS had ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.