BR 2017/87
Kennelijke ongegrondheid van het bezwaar vormt een zeer zeldzame uitzondering op de hoorplicht
RvS 05-07-2017, ECLI:NL:RVS:2017:1801, m.nt. M.G. Nielen
- Instantie
Raad van State
- Datum
5 juli 2017
- Magistraten
Mrs. C.H.M. van Altena, F.C.M.A. Michiels en E.J. Daalder
- Zaaknummer
201607558/1/A2
- Noot
M.G. Nielen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS927267:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2017:1801, Uitspraak, Raad van State, 05‑07‑2017
- Wetingang
(Art. 7:3 Awb)
Essentie
Kennelijke ongegrondheid van het bezwaar vormt een zeer zeldzame uitzondering op de hoorplicht
Samenvatting
De Afdeling bevestigt dat een bestuursorgaan slechts in zeldzame gevallen kan afzien van zijn verplichting om de bezwaarde te horen over het bezwaarschrift.
Wanneer het bezwaarschrift volgens het bestuursorgaan kennelijk ongegrond is, moet de bezwaarde alsnog de gelegenheid krijgen te worden gehoord, als er ook maar enige ruimte bestaat voor argumenten die een uitzondering op de kennelijke ongegrondheid rechtvaardigen. Het bestuursorgaan kan slechts onder verwijzing naar artikel 7:3 onder b Awb van de hoorplicht afzien indien “er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.