type:coll: 613.
Rb. Noord-Nederland, 05-06-2013, nr. C/17/122057 / HA ZA 12-287
ECLI:NL:RBNNE:2018:2583
- Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
- Datum
05-06-2013
- Zaaknummer
C/17/122057 / HA ZA 12-287
- LJN
CA2192
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBNNE:2018:2583, Uitspraak, Rechtbank Noord-Nederland, 04‑07‑2018; (Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak)
ECLI:NL:RBNNE:2013:CA2192, Uitspraak, Rechtbank Noord-Nederland, 05‑06‑2013; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
Uitspraak 04‑07‑2018
Inhoudsindicatie
Non-conformiteit schip. Klachtplicht.
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaaknummer / rolnummer: C/17/122057 / HA ZA 12-287
Vonnis van 4 juli 2018
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [plaats] ,
eiser,
advocaat mr. F.J. Hommersom te Utrecht,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PRIVATEER YACHTS B.V.,
gevestigd te Uitwellingerga ,
gedaagde,
advocaat mr. M. Dekker te Purmerend.
Partijen zullen hierna [eiser] en Privateer genoemd worden.
1. De procedure
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- -
het tussenvonnis van 2 november 2016;
- -
het deskundigenbericht van 14 februari 2017 van de deskundigen Van der Zee en Schuijt;
- -
de conclusie na deskundigenbericht van 31 mei 2017 van de zijde van Privateer ;
- -
het deskundigenbericht van 16 november 2017 van de deskundige De Roos;
- -
de conclusie na deskundigenbericht van 3 januari 2018 van de zijde van Privateer ;
- -
de conclusie na deskundigenbericht, tevens vermeerdering/wijziging/specificatie van eis van 3 januari 2018 van de zijde van [eiser] ;
- -
de antwoordconclusie na deskundigenbericht van 14 februari 2018 van de zijde van Privateer ;
- -
de conclusie na deskundigenbericht, tevens vermeerdering/wijziging/specificatie van eis van 14 februari 2018 van de zijde van [eiser] ;
- -
de antwoordconclusie (in reactie op vermeerdering eis) van 28 februari 2018 van de zijde van Privateer .
1.2.
Ten slotte is wederom vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
2.1.
In haar tussenvonnis van 2 november 2016 heeft de rechtbank De Roos tot deskundige benoemd en aan hem de volgende vragen voorgelegd:
- 1.
Voldoet het schip aan de geldende CE-vereisten met betrekking tot de mogelijkheid om te lenzen?
- 2.
Voldoet de constructie van de kimkielen van het schip, gezien het mogelijke veiligheidsaspect, aan de geldende CE-vereisten?
- 3.
Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?
2.2.
De Roos heeft daarover gerapporteerd, nadat de deskundigen Van der Zee en Schuijt de rechtbank ingevolge het tussenvonnis van 6 januari 2016 en het herstelvonnis van 3 februari 2016 hadden geïnformeerd over de aan het schip verrichte herstelwerkzaamheden.
2.3.
Partijen hebben alvorens werd begonnen met de herstelwerkzaamheden afspraken gemaakt ten aanzien van de uitvoering daarvan. Bij e-mailbericht van 5 juli 2016 heeft Privateer aan [eiser] het volgende - voor zover van belang - geschreven:
"Letzte Woche habben wir Ihr Schiff aus das Wasser genomen und auf verschiedene Weise gewichtet.
Wir haben die Messungen und das Modell des Rumpfes mit einem Computerprogramm berechnet.
Wir haben auch in das Modell, um Ihre eigene Aufgabe eingearbeitet. (…)
Der Schwerpunkt des Schiffes befindet sich direkt hinter dem Dieseltank in dem Maschinenraum.
Wir suchten nach Möglichkeiten, um das Schwerpunkt zu enderen. und/oder hinteren das Lagerkapazität (nach oben gerichtete Kraft) zu reduzieren.
Das Modell und unsere engineer zeigt, dass es am besten ist, die Wassertanks zu bewegen. Technisch ist es möglich, um den Raum in die bade-Plattform dafür verwenden.
Unsere vorschlage is, dass wir zwei Kunststoftanks machen, und in die badeplattform platzen. Wir denkendas wir 350-400 ltr wasser pro tank machen kunnen.
Die vorste zwei Wassertanks werden dan nicht mehr gebraucht.
Wir wollen den Raum zwischen den Kunststofftanks und dem Rumpf (circa 5 cm.) isolieren, Dies um die Warscheinlichkeit von Frost so klein wie möglich zu machen. In der Mitte der Badeplattform wollen wir eine Luke (wasserdicht) machen, damit das Heckstrallrudder zugänglich bleibt.
Das Modell zeigt, dass mit diese Änderung das schiff besser zu trimmen ist…
Wenn Sie oke sind dann wollen wir einem Praxistest mit einem losen Tank auf der Badeplattform tun.
Dan wissen wir genau im Praktik wie das schif beweegt und ob wir eine gute Lösung haben.
Wenn das klappt, dann brauchen wir einige Zeit um die arbeit zu machen. (…).
Vielleicht ist es auch ein Möglichkeit das wir bald zusammen kommen und reden uber ein complete losung?"
2.4.
Op 6 juli 2016 heeft [eiser] per e-mailbericht aan Privateer het volgende - voor zover van belang - geschreven:
"danke für Ihre Information.
Sie wollen einen Praxistest mit einem losen Tank auf der Badeplattform machen, hiermit bin ich einverstanden, gibt es hier schone ein Ergebnis?"
2.5.
Vervolgens heeft Privateer bij e-mailbericht van 6 juli 2016 aan [eiser] het volgende - voor zover van belang - geschreven:
"Wir haben noch keine Ergebnisse aus der Praxis. Bisher haben wir mehrere Möglichkeiten in den Computer ausprobiert. Das Modell in den Computer zeigt, die Auswirkungen der Wassertanks in der Badeplattform: 7.4 cm wird das Schiff im Heck runter gehen. Die gibt also die Möglichkeit, um den negativen Bug trimm, zu entfernen (…)"
2.6.
[eiser] heeft bij e-mailbericht van 8 juli 2016 onder meer het volgende aan Privateer geschreven:
"Bitte berücksichtigen Sie bei Ihren Berechnungen folgenden Umstand:
Sie wissen, daß das Boot auch in der Wintersaison genutz wird und es in dieser Zeit keine Möglichkeit gibt, Wasser nachzutanken.
Unsere Erfahrungen sind, daß für diese Zeit bei sehr sparsamen Gebrauch mindestens 1200 L benötigt werden, das bedeutet selbst wenn Sie 700-800 L in der Badeplattform platzieren, die vorderen Tanks weiterhin mit benutzt werden müssten.
Außerdem ist in der Badeplattform auch noch der Bleiballast untergebracht."
2.7.
Op 8 juli 2016 heeft Privateer in reactie op het bericht van 8 juli 2016 van [eiser] aan hem onder meer het volgende geschreven:
"Für Ihre Information: Wenn wir die Tanks im Badeplatform machen, bleibt die totale Wasserkapazität das Gleiche."
2.8.
Op 12 juli 2016 heeft Privateer [eiser] onder meer het volgende geschreven:
"Wir haben geprüft ob die Computermodelle mit den Wirklichkeit treffen. Das sieht alles gut aus und wir denken dass wir ein gute Lösung haben."
2.9.
Bij e-mailbericht van 13 juli 2016 heeft [eiser] aan Privateer het volgende - voor zover van belang - geschreven:
"Bezüglich Ihrem Lösungsvorschlag, was die Schräglage des Schiffes betrifft, bitte ich vorerst unseren Sachverständigen [naam] zu kontaktieren."
2.10.
Op 10 juli 2016 heeft Privateer een update van de werkzaamheden aan het schip gegeven. In haar bericht heeft zij het volgende - voor zover van belang - geschreven:
"Door een tweede drinkwaterpomp te plaatsen kan de eigenaar kiezen uit welke tanks hij water haalt. standaard zijn de voorste tanks dicht, echter door een afsluiter te openen wordt het systeem aan elkaar gekoppeld. De ontluchtingsslangen zijn al geplaatst. In het expertise rapport wordt nog gesproken over een waterslang/wierfilter bij de Victron lader. (genoemd punt 90) Dit is geen waterslang maar een gewapende onluchtingsslang en de wierfilters zijn geurfilters (welke door de eigenaar zijn afgekoppeld!)"
2.11.
Van der Zee en Schuijt hebben met hun rapport van 14 februari 2017 de rechtbank en partijen geïnformeerd over hun bevindingen ten aanzien van de punten, zoals genoemd in overweging 2.18 van het tussenvonnis van 6 januari 2016 en overweging 3.3. van het herstelvonnis van 3 februari 2018. Zij hebben per herstelpunt een omschrijving gegeven en hebben vervolgens het resultaat bij oplevering omschreven en zich daarmee akkoord verklaard. Voor zover van belang hebben zij nog het volgende gerapporteerd:
"Punt 7: Daar waar het vaartuig eerst voorover lag ligt dit thans enigszins achterover. Door twee extra watertanks in het zwemplateau in te bouwen kan er meer gewicht achter het zwaartepunt worden gebracht. De tanks zijn voorzien van een aparte tankinhoudmeter en hydrofoor. De voorste tanks, hoofdveroorzaker van de voorover ligging van het vaartuig, is nu voorzien van een afsluiter zodat de tank nog kan worden gebruikt voor extra watercapaciteit.
(…)
Vanwege de locatie nabij het zwaartepunt heeft de inhoud van de dieseltanks relatief weinig invloed op ligging van het schip.
Met de inbouw van de achterste tank en mogelijkheid voor gebruik van de voorste tank is naar het oordeel van de deskundigen het maximaal haalbare gerealiseerd met betrekking tot de ligging van het vaartuig. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de ligging ook beïnvloed wordt door de hoeveelheid en locatie van proviand en inboedel.
(…)
CONCLUSIE
Resumerend kan worden vastgesteld dat de punten uit het herstelvonnis met vakmanschap en met goedkeuring door ondergetekenden zijn uitgevoerd. Naar het oordeel van de deskundigen zijn bij een aantal punten het maximaal haalbare resultaat behaald.
Privateer heeft de aangebrachte wijzigingen aan het vaartuig (met name betreffende punt 7) verwoord in een aanvullend boordboek. Bij de overdracht van het vaartuig zal [eiser] een uitgebreide instructie krijgen over de wijze van gebruik van deze aanpassingen.
(…)
Naar aanleiding van de ingediende punten en opmerkingen kan het navolgende worden opgemerkt:
De opmerking "Maximaal haalbare" is niet bedoeld als een voorbehoud c.q. een onvolkomenheid maar dient gelezen te worden als een toelichting.
- ligging vaartuig
Bij de opmerking "het maximaal haalbare is gerealiseerd" wordt bedoeld dat dit punt correct en naar tevredenheid van ondergetekenden zijn uitgevoerd. Het vaartuig ligt nu volgens de wens van de heer [eiser] enigszins achterover daar het eerst voorover lag. Een vaartuig zal nooit geheel gelijk lastig liggen, m.b.v. de extra tanks kan er naar gelieve getrimd worden.
- interieur
"Maximaal haalbare" bij het herstellen van beschadigingen in het interieur; enig kleurverschil bij een dergelijk herstel zal altijd optreden.
Een dergelijk kleurverschil treedt ook op bij punt 75 waar de teakhouten frame is aangepast nu zijn deze symmetrisch gemonteerd. Het optredende kleurverschil is inherent aan de wijze van herstel.
- tanks in het achterschip
Het spreekt voor zich dat bij het plaatsen van de extra tanks extra opslagcapaciteit is verkregen.
- windscherm
Betreffende punt 87 hebben de deskundigen dit als volgt omschreven:
"De voor- en zijschermen zijn volledig wegklapbaar. Dit is tijdens de inspectie door Privateer gedemonstreerd."
Ondanks het feit dat dit een gebruikelijke en gangbare constructie is kan niet voorbij gegaan worden aan het feit dat de panelen niet afzonderlijk wegklapbaar zijn. De opmerkingen hierover van de heer [eiser] is derhalve terecht.
De overige opmerkingen nemen de deskundigen ter kennisgeving aan en/of zijn, waar nodig, in het bericht verwerkt.
Het is juist dat door het inkorten van de ankerketting 1 meter korter is geworden, de deskundigen zien dit niet als een waarde / gebruiks vermindering."
2.12.
De Roos heeft op 15 december 2016 een technisch onderzoek op het vaartuig en op de aanwezige documenten uitgevoerd. In zijn rapport van 16 november 2017 heeft De Roos geconcludeerd dat het schip met betrekking tot de mogelijkheid om te lenzen en ten aanzien van de constructie van de kimkielen voldoet aan de geldende CE-vereisten. Voor zover van belang heeft De Roos nog het volgende geschreven:
"Tijdens de beoordeling hebben we geen verklaring van overeenstemming gezien. Wel het certificaat maar in principe moet er voor een volledige CE markering ook een verklaring van overeenstemming zijn die door de Privateer getekend moet zijn.
(…)
Antwoord op van Hommerson advocatuur (…):
De correcte en getekende documenten moeten aanwezig zijn. Op dit punt wijkt men af van de eisen uit de richtlijn pleziervaartuigen.
(…)
Conclusie
Het vaartuig voldoet aan de minimale eisen voor de Richtlijn pleziervaartuigen en daarmee is de CE markering terecht aangebracht.
Niet alle documenten konden gecontroleerd worden. Het is nodig om nog te controleren of deze allemaal correct zijn opgemaakt en met elkaar in overeenstemming zijn.
Antwoord op van Hommerson advocatuur (…):
De richtlijn pleziervaartuigen gaat uit van minimale wettelijke vereisten er is geen manier om verder te meten en aan te tonen in hoeverre het vaartuig beter en slechter is als een ander vaartuig. Wel staat vast dat het vaartuig ruim aan de minimale vereisten voldoet."
2.13.
In een e-mailbericht van 19 december 2017 heeft Van der Zee aan Hommersom het volgende - voor zover van belang - geschreven:
"Uit het uitvoerige overleg vandaag met de heer [eiser] blijkt dat hij nog steeds zeer ontevreden is met de oplossing voor de ligging van het vaartuig. Het vaartuig ligt volgens [eiser] veel dieper dan voorheen waardoor de uitlaat nu onder de waterlijn uitkomt.
Zoals omschreven in het deskundigen bericht:
"Punt 7: Daar waar het vaartuig eerst voorover lag ligt dit thans enigszins achterover. Door twee extra watertanks in het zwemplateau in te bouwen kan er meer gewicht achter het zwaartepunt worden gebracht. De tanks zijn voorzien van een aparte tankinhoudmeter en hydrofoor. De voorste tank, hoofdveroorzaker van de voorover ligging van het vaartuig) is nu voorzien van een afsluiter zodat de tank nog kan worden gebruikt voor extra watercapaciteit en om vaartuig desgewenst te trimmen."
Echter, volgens de heer [eiser] is deze oplossing deels niet goed uitgevoerd. De voorste tank, die af te sluiten zou zijn met een afsluiter, kan volgens [eiser] nog steeds via de stuurboord wingtank vollopen. Met andere woorden; de bakboord wingtank is voorzien van een afsluiter waarmee de verbinding met de voorste tank kan worden afgesloten. Een dergelijke afsluiter zou echter ontbreken aan de stuurboordzijde waardoor de stuurboord wingtank nog steeds een open verbinding heeft met de voorste tank.
Indien dit correct is dan zou dat kunnen betekenen dat de oplossing inderdaad maar deels is uitgevoerd en dient er nog een afsluiter geplaatst te worden tussen de stuurboord wingtank en de voorste tank.
(…). Het is dan ook niet geheel duidelijk of [eiser] alles wel goed heeft begrepen ten aanzien van de veranderingen aan boord. Te meer omdat de situatie door ons is getest met diverse tankinhouden en er toen, naar ons oordeel, wel een positief resultaat was ten aanzien van de ligging. Privateer zou hier meer duidelijkheid in moeten kunnen geven.
Echter, indien het verhaal van [eiser] klopt dan kan de voorste tank dus niet geheel worden afgesloten en zal dan inderdaad zorgen voor een extra inzinking terwijl dit niet zo was bedoeld.
Daarnaast gaf [eiser] aan er nog steeds van overtuigd te zijn dat er extra ballast in het achterschip is aangebracht hetgeen geen onderdeel uit heeft gemaakt van de afgesproken oplossing voor de ligging. Sterker, dit is door mij indertijd met klem afgewezen. Privateer zou ook deze vraag moeten kunnen beantwoorden."
2.14.
Bij e-mailbericht van 22 december 2017 heeft de heer [werknemer gedaagde] , werkzaam bij Privateer , het volgende - voor zover van belang - aan de gemachtigde van [eiser] geschreven:
"Via onze advocate ontvingen wij uw bericht, inhoudende een email van de heer van der Zee met een verzoek om informatie.
Daar er sprake is van een soort van tegenstelling in de berichtgeving, onderschrijven we de zienswijze van de heer van der Zee dat het best wel mogelijk is dat de heer [eiser] niet alle veranderingen aan boord (goed) heeft begrepen.
De tegenstelling in de berichtgeving bestaat eruit, dat naar veronderstelling van de heer [eiser] de voorste watertank via de stuurboord wingtank nog vol kan lopen en dat naar het gevoel van de heer [eiser] het schip achter dieper ligt. (achterover) Als de voorste watertank vol zit, al dan niet door het overlopen, dan zijn we weer bij de oude situatie en zou het schip voorover moeten liggen. Het komt ons voor dat de beschreven situatie, van het achteroverliggen, cq. achter dieper liggen de situatie is waarbij de watertanks in het zwemplateau (achter) vol zijn en de watertanks voor leeg zijn. (dus geen overloop vanuit de wingtanks).
Ondanks uw weinig verheffende proza aangaande directe communicatie zullen wij - geheel onverplicht en alleen om [eiser] tegemoet te komen - in het nieuwe jaar rechtstreeks telefonisch dan wel via email contact opnemen met de heer [eiser] en trachten de heer [eiser] het gebruik van de twee drinkwatersystemen uit te leggen. Dit eventueel middels het vullen van de watertanks en hiermede de stelling aangaande de afsluiter(s) te testen. (…). In eerste instantie zullen wij dit via email met technische uitleg doen. In het voorjaar als het schip weer met water getankt kan worden kunnen wij de verschillende situaties met het water-vullen langslopen."
2.15.
[eiser] heeft Privateer bij brief van 28 december 2017 medegedeeld dat zij nog steeds in gebreke is en toerekenbaar tekort schiet ten aanzien van de drinkwatertanks en de CE-documentatie.
2.16.
In een e-mailbericht van 3 januari 2018 heeft de gemachtigde van Privateer aan de gemachtigde van [eiser] het volgende - voor zover van belang - medegedeeld:
"Het door cliënte rechtstreeks aan u verzonden bericht van 22 december 2017 is kennelijk door u verkeerd begrepen. U doet op basis van dit bericht in ieder geval een aantal onjuiste aannames.
In het bericht wordt door cliënte geenszins erkend dat er een mogelijkheid bestaat dat de afsluiter zou ontbreken.
Cliënte heeft enkel opmerkingen gemaakt over het gebruik en eventuele nadere uitleg hierover.
Ook wordt door u aangenomen dat er door cliënte geen technische documentatie zou zijn opgemaakt. Dit is wel degelijk gedaan, met de experts doorgenomen en aan uw cliënt overhandigd. Ik verwijs u hiervoor naar uw cliënt. Dit is overigens ook terug te vinden in de rapportage van de heren Van der Zee en Schuijt.
Ook is niet juist dat er, bij de uitvoering van de werkzaamheden, extra ballast is aangebracht.
De reeds aanwezige ballast is door cliënte benut. Ook dit is in overleg met de deskundigen gedaan, waarna hun goedkeuring is gevolgd.
Ook nu is er van enig tekortschieten aan de zijde van cliënte geen sprake."
Reactie [eiser] op rapporten
2.17.
[eiser] heeft in zijn conclusie na deskundigenbericht - samengevat - ten aanzien van het rapport van Van der Zee en Schuijt gesteld dat Privateer niet aan al haar verplichtingen heeft voldaan. Volgens [eiser] is Privateer de tussen hen gemaakte afspraak om afzonderlijk wegklapbare ramen en de afspraak om een luik te maken om de toegang tot de hekschroef en de inhoudsmeter te vergemakkelijken, niet nagekomen. Verder bestaat er nog steeds een kleurverschil met betrekking tot de toegangsdeur naar de stuurhut en ligt het schip nog steeds niet waterpas. Door de plaatsing van de watertanks in het zwemplateau is het schip dieper dan voorheen in het water komen te liggen, waardoor de uitlaat onder de waterlijn komt. Verder loopt de voorste watertank nog steeds via de stuurboord wingtank vol, omdat de afsluiter daarvoor ontbreekt. Ten aanzien van het rapport van De Roos heeft [eiser] gesteld dat het weinig technisch diepgaand is en dat daaruit blijkt dat Privateer haar verplichtingen jegens hem niet is nagekomen door het ontbreken van de wettelijk voorgeschreven verklaring van overeenstemming. Met betrekking tot de gebreken die [eiser] zelf heeft verholpen, heeft [eiser] gesteld dat de kosten daarvan voor rekening van Privateer dienen te komen, omdat vaststaat dat Privateer ten aanzien van deze punten toerekenbaar tekort is geschoten. [eiser] heeft de rechtbank daarbij verzocht aansluiting te zoeken bij de door de deskundigen Van der Zee en Schuijt in hun rapport van 23 mei 2014 genoemde herstelkosten.
2.18.
In zijn antwoordconclusie na deskundigenbericht heeft [eiser] aangevoerd dat Privateer de CE-documentatie en de documentatie aangaande de ballasttanks en de manier van trimmen niet aan hem heeft overgelegd. Verder heeft [eiser] aangevoerd dat er ten onrechte extra ballast in het achterschip is aangebracht. [eiser] heeft tot slot zijn eis uitgebreid door te vragen Privateer , op straffe van een dwangsom, te verplichten hem adequaat schriftelijk een instructie te verschaffen over hoe hij het trimsysteem met de diverse tanks moet gebruiken.
Reactie Privateer op rapporten
2.19.
Privateer heeft in haar conclusie na deskundigenbericht - samengevat - ten aanzien van het rapport van Van der Zee en Schuijt gesteld dat Privateer met het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden volgens de deskundigen aan haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst jegens [eiser] heeft voldaan en dat de vorderingen van [eiser] moeten worden afgewezen. Volgens Privateer is van verzuim geen sprake geweest, omdat zij steeds bereid is geweest eventueel noodzakelijk herstel te doen, maar daartoe nu pas in de gelegenheid is gesteld. Van een ontbinding van de overeenkomst dan wel een vermindering van de koopprijs kan dan ook geen sprake zijn. Ten aanzien van het rapport van De Roos heeft Privateer gesteld dat hieruit volgt dat het schip voldoet aan de vigerende CE-normen en dat er van een gebrek geen sprake is. Ten aanzien van de verklaring van overeenstemming heeft Privateer gesteld dat zij deze bij aflevering van het schip aan [eiser] heeft meegegeven en dat daarin wordt bevestigd dat het schip voldoet aan de betreffende Europese richtlijn. Voorts heeft Privateer aangevoerd dat het technisch dossier van het schip zich ten tijde van de keuring op het vaartuig bevond.
2.20.
In haar antwoordconclusie na deskundigenbericht heeft Privateer bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging dan wel vermeerdering van eis. [eiser] heeft, aldus Privateer , niet aangegeven welke vordering zij op haar heeft en heeft nagelaten een deugdelijke onderbouwing te geven. Ten aanzien van de ligging van het schip heeft Privateer gesteld dat de uitgevoerde oplossing in overleg met partijen en deskundigen tot stand is gekomen, dat het schip na uitvoering van de werkzaamheden is getest en dat de deskundigen het schip op dit punt hebben geaccordeerd. Privateer heeft betwist dat afzonderlijk wegklapbare ramen zijn overeengekomen, dat een luik ontbreekt en dat dit als herstelpunt is aangemerkt. Dat er nog sprake is van kleurverschil met betrekking tot de toegangsdeur naar de stuurhut kan niet worden voorkomen bij herstelwerkzaamheden, aldus Privateer . Uit het rapport van De Roos volgt volgens Privateer dat zij aan al haar verplichtingen jegens [eiser] heeft voldaan, dat het schip voldoet aan de CE-wetgeving en dat zij de juiste documentatie bij het schip heeft geleverd. Verder heeft Privateer betwist dat zij, met uitzondering van de punten 6 en 15, gehouden is tot vergoeding van de kosten voor de overige door [eiser] zelf herstelde gebreken. Volgens Privateer heeft de rechtbank eerder overwogen dat niet gebleken is dat zij (geheel) onwillig zou zijn geweest om gebreken te herstellen en is zij eerst na vaststelling van de gebreken door de deskundigen daartoe in de gelegenheid gesteld. Van een toerekenbare tekortkoming is, aldus Privateer , geen sprake. Verder heeft Privateer in dit verband gesteld dat een onderbouwing voor de gemaakte kosten ontbreekt en dat het rapport van 23 mei 2014 van Van der Zee en Schuijt daarvoor niet kan worden gebruikt.
2.21.
In de antwoordconclusie (in reactie op de vermeerdering van eis) heeft Privateer aangevoerd dat de vermeerdering van eis moet worden afgewezen wegens strijd met de goede procesorde. Er heeft al een comparitie plaatsgevonden, er zijn deskundigenberichten ingediend en er zijn meerdere aktes en conclusies gewisseld. Voor zover de eisvermeerdering wordt toegewezen, heeft Privateer gesteld dat zij aan haar verplichtingen jegens [eiser] heeft voldaan, dat de uitgevoerde herstelwerkzaamheden door de deskundigen akkoord zijn bevonden en dat zij geen extra ballast heeft aangebracht. Tot slot heeft Privateer aangevoerd dat zij de CE-documentatie aan [eiser] heeft overhandigd en dat [eiser] niet heeft gereageerd op haar aanbod om een nadere toelichting te geven.
Eiswijzigingen
2.22.
[eiser] heeft zijn eis op een aantal punten gewijzigd en vermeerderd. Het gaat hierbij in het bijzonder om de vordering tot veroordeling van Privateer in de kosten ter zake van het maken van een luik om de toegang tot de hekschroef en de inhoudsmeter te vergemakkelijken, de vordering tot veroordeling van Privateer in de kosten vanwege het laten beoordelen van gebreken aan de tanks, het vaststellen van de extra ballast in het achterschip en de kosten van het herstel daarvan en de vordering tot veroordeling van Privateer in de kosten van Van der Zee, die eveneens als partijdeskundige voor [eiser] heeft opgetreden. Verder heeft [eiser] zijn eis vermeerderd met zijn vordering tot verplichting van Privateer - op straffe van een dwangsom - hem schriftelijk te informeren over het gebruik van het trimsysteem met de diverse tanks.
2.23.
Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.9 in het tussenvonnis van 13 april 2016 en gezien de bezwaren van Privateer is de rechtbank van oordeel dat deze eiswijzigingen in strijd zijn met de eisen van een goede procesorde. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] zijn eis in een te laat stadium gewijzigd door pas na 5,5 jaar procederen en nadat er diverse deskundigenrapporten, conclusies en aktes in het geding zijn gebracht zijn eis te wijzigen. Het toestaan van deze eisvermeerderingen zou tot een onredelijke vertraging van het geding en tot een onredelijke bemoeilijking van de verdediging leiden. Privateer heeft haar verweer immers gebaseerd op de aanvankelijke vorderingen van [eiser] . Gelet op het voorgaande laat de rechtbank deze eisvermeerderingen dan ook buiten beschouwing.
CE-documentatie
2.24.
De rechtbank laat eveneens de stellingen van [eiser] ter zake van de CE-documentatie en de verklaring van overeenstemming buiten beschouwing. Naast het feit dat de CE-documentatie en bedoelde verklaring niet eerder dan naar aanleiding van het rapport van De Roos voor [eiser] een punt zijn geworden en deze punten geen onderdeel uitmaakten van de vastgestelde gebreken die Privateer diende te herstellen en waarover de deskundigen zich moesten uitlaten, vormt het al dan niet aanwezig zijn van deze documentatie en de verklaring - partijen verschillen hierover van mening - naar het oordeel van de rechtbank geen gebrek dat aan het normale gebruik van het schip in de weg staat dan wel kán staan. De rechtbank verwijst in dit verband naar rechtsoverwegingen 2.15 en 2.18 in haar tussenvonnis van 6 januari 2016, waarin zij heeft bepaald dat Privateer naast de gebreken die aan het normale gebruik in de weg staan eveneens de gebreken die aan het normale gebruik in de weg kúnnen staan, dient te herstellen. Naar het oordeel van de rechtbank is de lijst met gebreken, zoals opgenomen in de bij tussenvonnis van 3 februari 2016 gewijzigde rechtsoverweging 2.18, voor Privateer en de deskundigen het uitgangspunt geweest voor haar herstelwerkzaamheden respectievelijk hun beoordeling en valt het punt ter zake van de CE-documentatie daarbuiten. Nu De Roos bovendien in zijn rapport heeft geconcludeerd dat het schip "ruim aan de minimale vereisten voldoet", is van een gebrek geen sprake.
Rapport De Roos
2.25.
Uit de omschrijvingen en foto's in het rapport van De Roos is de rechtbank gebleken dat hij technisch onderzoek op het schip heeft gedaan en dat hij daarnaast de aanwezige documenten heeft bestudeerd en in zijn beoordeling heeft betrokken. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om het rapport van De Roos terzijde te schuiven, omdat dit - zoals door [eiser] gesteld - technisch weinig diepgaand is. De rechtbank neemt de conclusie van de deskundige De Roos over en maakt deze tot de hare, nu het deskundigenrapport naar het oordeel van de rechtbank deugdelijk gemotiveerd en met stukken onderbouwd, innerlijk consistent en concludent is.
Rapport Van der Zee en Schuijt
2.26.
Ten aanzien van het rapport van Van der Zee en Schuijt overweegt de rechtbank als volgt. Van der Zee en Schuijt hebben aan de hand van de door de rechtbank vastgestelde lijst van gebreken onderzoek gedaan. Zij hebben per herstelpunt een omschrijving gegeven, het resultaat bij oplevering omschreven en zich daarmee akkoord verklaard. [eiser] is in reactie op het deskundigenrapport van Van der Zee en Schuijt bij conclusie na deskundigenbericht ingegaan op enkele van de herstelpunten. De rechtbank zal hierna alleen ingaan op de nog ter discussie staande punten. Voor het overige gaat de rechtbank ervan uit dat [eiser] zich kan vinden in het rapport van Van der Zee en Schuijt. De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen Van der Zee en Schuijt voor zover deze zien op de 'overige punten' over en maakt deze tot de hare, nu de deskundigenrapporten naar het oordeel van de rechtbank deugdelijk gemotiveerd en met stukken onderbouwd, innerlijk consistent en concludent zijn.
Kleurverschil
2.27.
Ten aanzien van het kleurverschil met betrekking tot de toegangsdeur naar de stuurhut overweegt de rechtbank het volgende. Blijkens het rapport van de deskundigen is het raam in de deur vernieuwd en is de deur geheel teruggeschuurd en een aantal malen gelakt. Dat dit tot een kleurverschil leidt met de omgeving, waarin de deur is geplaatst, is een gevolg van de herstelwerkzaamheden. Volgens de deskundigen is dit optredende kleurverschil inherent aan de wijze van herstel. Naar het oordeel van de rechtbank is het kleurverschil onvermijdelijk en is van een gebrek dat aan het normale gebruik in de weg staat of kan staan, dan ook geen sprake.
Wegklapbare ramen
2.28.
Ten aanzien van de wegklapbare ramen overweegt de rechtbank als volgt. [eiser] heeft in dit verband verwezen naar de tussen partijen gesloten koopovereenkomst, waarin het volgende is bepaald:
"Zwei mall BB und SB Klapvenster (Frontscheibe)"
Volgens [eiser] volgt hieruit dat partijen zijn overeengekomen dat de ramen afzonderlijk wegklapbaar zijn. De rechtbank kan [eiser] hierin niet volgen. Uit de omschrijving in de koopovereenkomst kan naar het oordeel van de rechtbank enkel worden afgeleid dat een zowel aan bakboord- als aan stuurboordzijde wegklapbaar raam is overeengekomen, maar niet dat deze afzonderlijk wegklapbaar zijn. De rechtbank volgt de deskundigen dan ook niet in hun standpunt dat de opmerkingen van [eiser] hierover terecht zijn. De ramen zijn blijkens het rapport van Van der Zee en Schuijt wel volledig wegklapbaar en daarmee heeft Privateer voldaan aan hetgeen is overeengekomen. De rechtbank gaat, gelet op het voorgaande, dan ook voorbij aan de stelling van [eiser] dat Privateer op dit punt niet aan haar verplichting zou hebben voldaan.
Ligging van het schip
2.29.
Met betrekking tot de ligging van het schip overweegt de rechtbank het volgende. Uit de overgelegde stukken is de rechtbank gebleken dat Privateer op 5 juli 2016 aan [eiser] een onderbouwd voorstel heeft gedaan ter zake van de aanpassing van de ligging van het schip en dat partijen vervolgens met elkaar per mail de details hebben besproken. In hun rapport van 14 februari 2017 hebben Van der Zee en Schuijt ten aanzien van de ligging van het schip geconcludeerd dat dit punt correct en naar tevredenheid van de deskundigen is uitgevoerd en dat door de herstelwerkzaamheden het maximaal haalbare is gerealiseerd.
2.30.
Omdat Privateer goed onderbouwd en in overleg met [eiser] tot de onderhavige oplossing is gekomen en de deskundigen daaraan hun goedkeuring hebben gegeven, is de rechtbank van oordeel dat Privateer haar verplichtingen op dit punt is nagekomen. De rechtbank overweegt in dit kader dat [eiser] blijkens de e-mailberichten van 19 december 2017 en 22 december 2017 van Van der Zee respectievelijk Privateer (rechtsoverwegingen 2.13 en 2.14) eerst nadat hij bijna een jaar met het schip heeft gevaren opnieuw zijn beklag heeft gedaan over de ligging. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] daarmee in de gegeven omstandigheden niet binnen bekwame tijd geklaagd. Voorts overweegt de rechtbank in dit verband dat [eiser] weliswaar heeft gesteld dat een afsluiter voor de voorste tank zou ontbreken, maar dat hij zijn stelling op dit punt - na de gemotiveerde betwisting door Privateer - niet heeft onderbouwd door bijvoorbeeld overlegging van foto's. De rechtbank passeert deze stelling dan ook als onvoldoende onderbouwd. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat Privateer op dit punt aan haar verplichtingen heeft voldaan.
Zelf uitgevoerde werkzaamheden
2.31.
In haar tussenvonnis van 6 januari 2016 heeft de rechtbank geoordeeld dat de door [eiser] gemaakte kosten ter zake van de punten 6 (doorvaarthoogte) en 15 (voetrail) door Privateer dienen te worden vergoed. Gelet op de door de rechtbank ingezette lijn ten aanzien van deze punten, zal de rechtbank eveneens ten aanzien van de punten 18 (roest in naden binnenzijden luikhoofden), 31 (olielekkage bij koelwaterpomp en midden onder de motor), 35 (buitendouche), 37 (lekken uitlaat motor), 41 (lekkende slangaansluitingen bij de warmtewisselaar hoofdmotor), 44 (losse bedrading koelcompressor), 53 (aftappen drinkwaterleidingen) en 62 (kastdeurtjes dekhuis) bepalen dat Privateer de gemaakte kosten aan [eiser] dient te vergoeden. Vervolgens komt de rechtbank toe aan de beantwoording van de vraag welke vergoeding Privateer aan [eiser] dient te betalen.
2.32.
Ten aanzien van punt 15 overweegt de rechtbank allereerst dat de deskundigen Van der Zee en Schuijt hierbij geen bedrag aan kosten hebben genoemd en dat haar van een onderbouwing van de gemaakte kosten door [eiser] evenmin is gebleken. Gelet hierop stelt de rechtbank de kosten met betrekking tot punt 15 (voetrail) op nihil.
2.33.
[eiser] heeft met betrekking tot punt 6 gesteld dat de herstelkosten € 3.285,23 hebben bedragen. De deskundigen Van der Zee en Schuijt hebben dit bedrag eveneens genoemd in hun rapport van 15 september 2014 en hebben daarbij de kanttekening gemaakt dat uit de facturen, die als bijlagen 2a, 2b en 2c bij genoemd rapport zijn opgenomen, moeilijk kan worden achterhaald hoe de kosten zijn opgebouwd. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de facturen niet duidelijk welke van de daarin genoemde posten verband houden met het herstel van de doorvaarthoogte, zodat de rechtbank deze facturen buiten beschouwing laat. De rechtbank ziet echter wel aanleiding om ten aanzien van punt 6, alsmede de overige hierboven genoemde punten aansluiting te zoeken bij het als bijlage 5a van genoemd deskundigenrapport opgenomen overzicht. De deskundigen hebben daarin per post een minimaal en een maximaal bedrag aan herstelkosten genoemd. Dat sprake is geweest van gebreken en dat met het herstel daarvan kosten zijn gemoeid, staat vast. Omdat [eiser] het meerdere niet heeft aangetoond, zal de rechtbank uitgaan van het minimale bedrag per post. Dat betekent dat Privateer ter zake van deze punten zal worden veroordeeld tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 3.700,00. De rechtbank verwijst op dit punt naar hetgeen hierna onder rechtsoverweging 2.39 wordt overwogen en beslist.
Overige door [eiser] gemaakte kosten - schadevergoeding
2.34.
[eiser] heeft bij dagvaarding een bedrag van € 48.754,55 aan schadevergoeding gevorderd. Daarnaast heeft hij een nog nader te bepalen bedrag aan schadevergoeding gevorderd. Met betrekking tot het bedrag van € 48.754,55 heeft [eiser] verwezen naar door hem als productie 10 bij de dagvaarding overgelegde facturen. [eiser] heeft echter niet onderbouwd waarom deze kosten voor vergoeding in aanmerking dienen te komen. Zo bevinden zich onder productie 10 facturen die betrekking hebben op vertaalkosten, ligplaatskosten, hotelkosten en kosten vanwege het vernieuwen van een peilstok, een 50-urenbeurt van de motor, een gastrekveer en (onderdelen van) een schroef. [eiser] heeft - na de gemotiveerde betwisting door Privateer - nagelaten te onderbouwen of en in hoeverre deze facturen verband houden met de onderhavige zaak.
2.35.
Voorts heeft [eiser] diverse facturen overgelegd van de door hem ingeschakelde deskundigen, de heer P. Brunsmann en Van der Zee. Ook ten aanzien van deze facturen geldt dat [eiser] - na de gemotiveerde betwisting door Privateer - niet heeft onderbouwd waarom hij die deskundigen heeft ingeschakeld en in hoeverre deze facturen betrekking hebben op de geschilpunten in de onderhavige zaak. Daar komt bij dat [eiser] redelijkerwijs had kunnen verwachten dat de rechtbank in dezen tot benoeming van een (of meer) deskundige(n) zou overgaan.
2.36.
Met betrekking tot de door [eiser] bij productie 10 overgelegde facturen van zijn advocaat geldt naar het oordeel van de rechtbank eveneens dat een nadere onderbouwing ontbreekt. Omdat [eiser] ten aanzien van alle facturen - na de gemotiveerde betwisting daarvan door Privateer - heeft nagelaten een nadere onderbouwing te geven, ziet de rechtbank geen aanleiding om [eiser] in de gelegenheid te stellen bewijs bij te brengen. De rechtbank zal de vordering van [eiser] tot veroordeling van Privateer tot betaling van een schadevergoeding ten bedrage van € 48.754,55 dan ook afwijzen.
2.37.
Dat [eiser] anderszins schade heeft geleden, is de rechtbank onvoldoende gebleken. [eiser] heeft enkel gesteld dat hij onder meer kosten heeft gemaakt voor het overvaren van het schip naar Privateer , maar heeft - na de gemotiveerde betwisting daarvan door Privateer - nagelaten een nadere onderbouwing te geven. Gelet hierop zal de rechtbank de vordering van [eiser] tot veroordeling van Privateer tot betaling van een schadevergoeding ter zake van alle aan [eiser] opgekomen schade, nader op te maken bij staat, afwijzen.
Conclusie
2.38.
[eiser] heeft bij dagvaarding primair gevorderd dat de rechtbank de tussen partijen gesloten overeenkomst gedeeltelijk ontbindt, in die zin dat de door [eiser] verschuldigde koopprijs wordt verminderd met een bedrag nader op te maken bij staat en vast te stellen volgens de wet en Privateer veroordeelt tot betaling van het daarmee gemoeide bedrag. Subsidiair heeft [eiser] bij dagvaarding gevorderd dat de rechtbank de gevolgen van de overeenkomst wijzigt, in die zin dat de door [eiser] verschuldigde koopprijs wordt verminderd met een bedrag nader op te maken bij staat en vast te stellen volgens de wet en Privateer veroordeelt tot betaling van het daarmee gemoeide bedrag.
2.39.
De rechtbank overweegt ten aanzien van deze vorderingen als volgt. In artikel 6:265 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De rechtbank ziet gelet op de door Privateer en [eiser] inmiddels verrichte herstelwerkzaamheden en het daardoor ontbreken van een belang aan de zijde van [eiser] geen aanleiding om de overeenkomst nu nog gedeeltelijk te ontbinden. De rechtbank zal die vordering dan ook afwijzen. De rechtbank zal de subsidiair gevorderde wijziging van de overeenkomst wel toewijzen, gelet op de door [eiser] zelf uitgevoerde herstelwerkzaamheden en de kosten die daarmee volgens de deskundige Van der Zee en Schuijt gemoeid zijn. Dit betekent dat de rechtbank de gevolgen van de overeenkomst tussen partijen wijzigt in die zin dat de door [eiser] verschuldigde koopprijs wordt verminderd met een bedrag van € 3.700,00 en dat de rechtbank Privateer veroordeelt tot betaling van dit bedrag aan [eiser] .
Deskundigenkosten
2.40.
De deskundigen Van der Zee en Schuijt hebben een bedrag van € 8.905,61 (inclusief BTW) gedeclareerd voor de door hen uitgebrachte rapporten van 23 mei 2014 en 15 september 2014. Het voorschot was destijds bepaald op een bedrag van € 6.750,00. De rechtbank verwijst in dit kader naar haar brief van 1 december 2014, waarin partijen is verzocht een aanvullend bedrag van € 1.077,80 te voldoen. Voor de in 2016 aan hen verstrekte opdracht is het voorschot voor het nadere onderzoek door Van der Zee en Schuijt bepaald op een bedrag van € 5.000,00, zijnde 2 x € 2.500,00 voor elke deskundige. Ter zake van hun rapport van 14 februari 2017 hebben de deskundigen Van der Zee en Schuijt bij factuur van 14 februari 2017 respectievelijk 25 februari 2017 ieder een bedrag van
€ 2.500,00 (inclusief BTW), derhalve in totaal een bedrag van € 5.000,00 (inclusief BTW), gedeclareerd. Het voorschot van De Roos is bepaald op een bedrag van € 2.625,00 (exclusief BTW; € 3.176,25 inclusief BTW). De Roos heeft dit bedrag op 29 december 2016 gedeclareerd. Partijen hebben ieder bij helfte deze bedragen voldaan.
2.41.
In rechtsoverweging 2.5 van haar tussenvonnis van 18 december 2013 heeft de rechtbank overwogen dat het deskundigenonderzoek in rechte als het ware als een voortzetting van het onderzoek van Van der Zee en Schuijt buiten rechte kan worden beschouwd en dat zij het tegen die achtergrond redelijk acht dat beide partijen ieder de helft van het voorschot voldoen. Gelet hierop acht de rechtbank het redelijk dat [eiser] en Privateer beiden de helft van de kosten met betrekking tot de rapporten van 23 mei 2014 en 15 september 2014 dragen.
2.42.
De rechtbank ziet daartoe eveneens aanleiding ten aanzien van de kosten met betrekking tot het rapport van Van der Zee en Schuijt van 14 februari 2017 en het rapport van De Roos van 16 november 2017. Deze rapporten zijn een uitvloeisel van de eerdere rapporten van Van der Zee en Schuijt, zoals de rechtbank onder meer in haar tussenvonnis van 2 november 2016 (rechtsoverweging 2.6) heeft overwogen.
2.43.
De rechtbank zal, gelet op het voorgaande, de deskundigenkosten tussen partijen compenseren.
Proceskosten
2.44.
De rechtbank overweegt in dit verband dat vaststaat dat het schip diverse gebreken had en dat partijen ten aanzien van de gebreken en de vorderingen over en weer in het gelijk zijn gesteld. Voorts weegt de rechtbank mee dat partijen - door de langdurige discussie tussen hen - er beiden aan hebben bijgedragen dat pas in deze procedure tot herstel daarvan is gekomen (daargelaten de gebreken die door [eiser] zelf zijn hersteld). De rechtbank ziet in deze omstandigheden van het geval aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren.
3. De beslissing
De rechtbank
3.1.
wijzigt de gevolgen van de overeenkomst tussen [eiser] en Privateer , in die zin dat de door [eiser] verschuldigde koopprijs wordt verminderd met een bedrag van
€ 3.700,00;
3.2.
veroordeelt Privateer tot betaling aan [eiser] van het bedrag van € 3.700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 september 2012;
3.3.
compenseert de deskundigenkosten en de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Giltay en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2018 in tegenwoordigheid van de griffier mr. S. Ambachtsheer.1.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 04‑07‑2018
Uitspraak 05‑06‑2013
Inhoudsindicatie
non-confomiteit schip; klachtplicht
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaaknummer / rolnummer: C/17/122057 / HA ZA 12-287
Vonnis van 5 juni 2013
in de zaak van
[A],
wonende te [woonplaats] (Duitsland),
eiser,
advocaat: mr. F.J. Hommersom te Utrecht,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PRIVATEER YACHTS B.V.,
gevestigd te Uitwellingerga,
gedaagde,
advocaat: mr. M. Dekker te Purmerend.
Partijen zullen hierna "[A]" en "Privateer" genoemd worden.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
de dagvaarding
- -
de conclusie van antwoord
- -
het proces-verbaal van comparitie van 17 januari 2013 en de ter gelegenheid van deze comparitie door partijen overgelegde nadere stukken;
- -
de brief van de advocaat van [A] van 28 januari 2013 en de brief van de advocaat van Privateer van 13 februari 2013, beiden houdende enkele opmerkingen naar aanleiding van voormeld proces-verbaal.
1.2.
Partijen hebben nadien vonnis gevraagd.
2. De vaststaande feiten
In deze procedure wordt van de volgende vaststaande feiten uitgegaan.
2.1.
Tussen partijen is omstreeks eind maart/begin april 2006 - door middel van het wederzijds ondertekenen van een daartoe strekkende opdrachtbevestiging - een overeenkomst gesloten, op grond waarvan Privateer zich heeft verbonden om een schip, Privateer Kotter 43 AK (hierna te noemen: het schip), voor [A] te bouwen voor een totale prijs van € 400.000,-. Het betreft een pleziervaartuig met een lengte van 13,5 meter. Partijen hebben aanvankelijk afgesproken dat de levering van het schip op 1 juli 2007 zou plaatsvinden.
2.2.
Op de overeenkomst zijn de HISWA Algemene Leveringsvoorwaarden van toepassing. In deze algemene voorwaarden is - voor zover hier van belang - bepaald:
Artikel 5
- 1.
De leverancier staat er voor in dat hij een pleziervaartuig of casco, inclusief de overeengekomen uitrustingsstukken en inventaris, levert dat beantwoordt aan de overeenkomst. De leverancier staat er bovendien voor in dat het geleverde de eigenschappen bezit die, alle omstandigheden in aanmerking genomen, voor een normaal gebruik nodig zijn, alsmede voor een bijzonder gebruik voor zover dat is overeengekomen.
- 2.
De leverancier staat er voor in dat de door of namens hem verrichte werkzaamheden beantwoorden aan de overeenkomst en worden uitgevoerd met goed vakmanschap en met gebruikmaking van deugdelijk materiaal.
3.
Met inachtneming van het vorenstaande garandeert de leverancier gedurende een termijn van twaalf maanden de afwezigheid van gebreken die zich openbaren of ontstaan na levering. (…)
4.
Onverminderd de overige rechten die hem op grond van de wet toekomen heeft de afnemer recht op kosteloos herstel van gebreken en op vervanging van gebrekkige onderdelen op de werf van de leverancier binnen redelijke tijd.
De afnemer kan op kosten van de leverancier een noodzakelijk herstel door een derde laten uitvoeren, voor zover de kosten daarvan redelijk zijn. Voor de vaststelling van die redelijkheid wordt het prijsniveau van de leverancier in aanmerking genomen.
De derde die een noodzakelijk herstel kan uitvoeren wordt in overleg met de afnemer door een leverancier aangewezen. Herstel bij een derde is alleen mogelijk:
- -
indien de leverancier niet of niet tijdig in staat is het gebrek op zijn eigen werf te herstellen of
- -
indien sprake is van een wanverhouding tussen de noodzakelijke kosten van transport van het vaartuig naar de werf van de leverancier en de kosten van herstel op die werf of
- -
indien in verband met de omstandigheden van de afnemer niet kan worden verlangd dat hij het herstel op de werf van zijn leverancier laat uitvoeren.
5.
De leverancier staat niet in voor gebreken in het ontwerp van het vaartuig indien dit ontwerp niet door hemzelf is geleverd. Evenmin staat de leverancier in voor de bruikbaarheid en deugdelijkheid van materialen of uitrustingsstukken waarvan de toepassing of aanwending door de afnemer is voorgeschreven of die door hem zijn geleverd.
6.
Tenzij wegens specifieke eisen anders is overeengekomen zijn bij uitvoering van de overeenkomst de volgende afwijkingen mogelijk:
+/- 1% lengte over de stevens
+/- 1% breedte over alles
+/- 1% holte
+/- 5% diepgang
+/- 2% stahoogte onder de balken
+/- 1% maximale hoogte boven wateroppervlak
+/- 10% gewicht
+/- 5% motorvermogen
+/- 10% snelheid (bij standaarduitrusting)
7.
De leverancier staat niet in voor (uiterlijke) onvolkomenheden die voortkomen uit de aard en de hoedanigheid van gebruikte materialen, doch die geen afbreuk doen aan de deugdelijkheid van het vaartuig.
8.
De leverancier staat niet in voor gebreken die na de oplevering van de goederen zijn ontstaan als gevolg van normale slijtage, ondeskundig gebruik of gebrek aan zorgvuldigheid, of die het gevolg zijn van door de afnemer of door derden aangebrachte veranderingen aan het geleverde. Evenmin staat de afnemer in voor de eventueel ontstane schade als gevolg van vorenbedoelde gebreken.
(…)
Artikel 8 - De levering
- 1.
De levering vindt plaats af bedrijf in Nederland. (…)
- 2.
De leverancier zal de afnemer voor aflevering van het vaartuig of van andere te leveren zaken de gelegenheid bieden het vaartuig of bedoelde andere zaken te (laten) inspecteren.
(…)
Artikel 11 - De betalingsvoorwaarden
(…)
4. Indien één der partijen wordt genoodzaakt om rechtsbijstand in te roepen in verband met een geschil dat betrekking heeft op een tussen hen gesloten overeenkomst waarop deze voorwaarden van toepassing zijn, is de in gebreke zijnde partij dan wel de in het ongelijk gestelde partij (tevens) de aan de rechtsbijstand verbonden kosten verschuldigd. Deze buitengerechtelijke incassokosten bedragen 15% van het verschuldigde bedrag met een minimum van € 115,00, te vermeerderen met de werkelijk gemaakte verschotten, tenzij de wederpartij bewijst dat met een lager minimum had kunnen worden volstaan. Eén en ander onverminderd het bepaalde in artikel 16 lid 10 van deze voorwaarden.
- 2.3.
Vanwege vertraging in de levering, alsmede een aantal door [A] gewenste aanpassingen aan het schip, is de leveringsdatum van het schip verschoven naar 29 februari 2008 te Uitwellingerga. Na verrekening van de oorspronkelijk overeengekomen aanneemsom van € 400.000,- met een aantal posten ter zake meer- en minderwerk is de totale aanneemsom vastgesteld op € 426.553,93. Privateer heeft een korting op deze aanneemsom gegeven van € 36.553,93, zodat de finale aanneemsom € 390.000,- bedroeg.
- 2.4.
Het schip is geïnspecteerd en goedgekeurd door het European Certification Bureau, waarna op 28 maart 2008 een zgn. CE-B markering is afgegeven. Dit certificaat houdt in dat het schip voldoet aan de eisen die de Europese richtlijn voor pleziervaartuigen alsmede de Wet Pleziervaartuigen stelt aan de bouw en het ontwerp en heeft tot gevolg dat het schip in de handel mag worden gebracht en in gebruik mag worden genomen.
- 2.5.
Het schip, door [A] inmiddels voorzien van de naam "[X]", is op 29 februari 2008 door Privateer formeel aan [A] geleverd. Beide partijen hebben toen het "Certificate of Ownership" getekend. Ten tijde van de levering is door [A] geen melding gemaakt van onvolkomenheden of gebreken aan het schip.
- 2.6.
Na de formele levering heeft Privateer op verzoek van [A] een aantal aanpassingen aan het schip gedaan. Na verloop van tijd heeft [A] de kosten van dit meerwerk aan Privateer voldaan.
- 2.7.
[A] heeft hierna het schip eind mei 2008 daadwerkelijk in gebruik genomen en daarmee het gehele vaarseizoen 2008 gevaren.
- 2.8.
Eind november 2008 heeft [A] bij Privateer geklaagd over gebreken aan het schip. Ter onderbouwing van deze gebreken heeft [A] een rapport doen opstellen door de heer P.J. Brunsmann (hierna te noemen: Brunsmann), verbonden aan Brunsmann Jacht- en Scheepsexperts d.d. 27 oktober 2008, met kenmerk 3513.08.01.003D. In het rapport staat een 73-tal gebreken/onvolkomenheden aan het schip opgesomd. Onder het kopje 'Conclusie' is in het rapport vermeld:
"Zoals eerder beschreven is het doel van deze expertise het geven van een onafhankelijk oordeel over de bij de opdrachtgever bekende gebreken en het vaststellen en beoordelen van eventuele andere gebreken.
Zonder meer de belangrijkste gebreken zijn terug te vinden in de technische installaties en aan het dek. De gebreken aan dek zijn grotendeels te wijten aan slordigheid en slecht vakmanschap.
Voor wat betreft de technische installaties functioneert naast een aantal kleine gebreken, de boeg- en hekschroef niet naar behoren. Bij neutraal geschakelde hoofdmotor is onvoldoende vermogen van de boeg- en hekschroef beschikbaar. Ter beoordeling van dit probleem is een specialist van de firma Vetus gevraagd de motor en de hydraulische installatie te controleren en over de mogelijkheden te adviseren. Hierbij is gebleken dat met een kleine aanpassing een veel groter vermogen van de dwarsschroeven beschikbaar komt.
Een ander belangrijk punt is dat, ondanks de forse hoeveelheid losse ballast in het zwemplatform, het vaartuig met de voorzijde te diep in het water ligt. Een aantal grote gewichten, zoals de watertanks zullen zodanig naar achteren moeten worden verplaatst dat het vaartuig met volle tanks en met zo min mogelijk losse ballast recht in het water komt te liggen.
De overige in dit rapport genoemde gebreken zijn betrekkelijk eenvoudig te verhelpen. Dit geldt ook voor de geconstateerde verschillen tussen het uitgevoerde werk en de oorspronkelijke opdracht.
Ten slotte dient te worden geverifieerd of de constructie van de onder het vaartuig aangebrachte grote kimkielen voldoende sterk aan de romp is bevestigd. De belasting van de romp, als gevolg van het bijvoorbeeld (dwarsscheeps) tegen een strekdam stromen met deze kimkielen, zou kunnen leiden tot het opscheuren van de huidbeplating. Normaal gesproken dienen dit soort grote uitstekende delen door de romp te zijn gestoken en met grote knieën aan de spanten te zijn bevestigd, meestal is de scheepshuid daar ter plaatse dan ook nog versterkt. Een dergelijke constructie is niet aangetroffen.
(…)"
- 2.9.
Bij e-mail van 27 februari 2009 heeft Privateer aan Brunsmann, in diens hoedanigheid van vertegenwoordiger van [A], puntsgewijs en aan de hand van het rapport van Brunsmann d.d. 27 oktober 2008 aangegeven ten aanzien van welke gebreken en/of onvolkomenheden er reeds actie was of nog zou worden ondernomen.
- 2.10.
In een rapportage d.d. 10 maart 2009, met kenmerk 3153.09.01.013D heeft Brunsmann, in reactie op de e-mail van Privateer, een overzicht gegeven van geaccordeerde garantiepunten en de overeengekomen wijze van aanpassen. Privateer heeft vervolgens in de weken 14 t/m 16 van 2009 werkzaamheden aan het schip uitgevoerd. Privateer heeft aan [A] gevraagd om na afronding van voormelde werkzaamheden een verklaring te ondertekenen waarin hij zich akkoord verklaart met de afhandeling van de werkzaamheden. In deze akkoordverklaring is onder meer vermeld:
"Het merendeel van de garantiewerkzaamheden zoals aangegeven in het schrijven van Brunsmann Jacht-en Scheepsexperts met referentie 3513.09.01.013D, verwijzend naar het rapport met referentie 3513.09.01.003D en het schrijven met referentie 3513.09.01.016D (bijlagen) zijn zoals afgesproken en naar tevredenheid van Brunsmann Jacht- en Scheepsexperts uitgevoerd en voltooid.
(…)
Hiermee verklaart de opdrachtgever van Brunsmann Jacht- en Scheepsexperts, de heer [A], zich akkoord met de definitieve afhandeling van de overige in 3513.09.01.013D genoemde werkzaamheden."
Brunsmann heeft deze verklaring als gevolmachtigde van [A] op 8 mei 2009 ondertekend.
- 2.11.
[A] heeft vervolgen gedurende het vaarseizoen 2009 gebruik gemaakt van het schip.
- 2.12.
Bij brief van 13 november 2009 heeft de advocaat van [A] Privateer medegedeeld dat er nog steeds sprake is van een aanzienlijk aantal gebreken aan het schip, waaronder - aldus de advocaat van [A] - een aantal zeer essentiële gebreken zoals gewichtsverdeling, stabiliteit, hoogte en constructie. Bij deze brief is een nieuw rapport van Brunsmann gevoegd, gedateerd 28 mei 2009 en met kenmerk 3513.09.01.022.D. In dit rapport heeft Brunsmann alle nog te herstellen gebreken aan het schip weergegeven. In voormelde brief is Privateer in gebreke gesteld ten aanzien van de nog niet herstelde gebreken als vastgelegd in het rapport van Brunsmann met kenmerk 3513.08.01.003D en is Privateer gesommeerd om aan te geven hoe en op welke termijn zij de resterende gebreken aan het schip zal herstellen. Tevens is Privateer aansprakelijk gesteld voor de schade die [A] lijdt en nog zal lijden.
- 2.13.
Bij brief van 16 december 2009 heeft Privateer (uitvoerig) gereageerd op de brief van de advocaat van [A]. De inhoud van de brief van Privateer komt er - kort samengevat - op neer dat het schip geen essentiële gebreken vertoont en voldoet aan de CE-wetgeving, zodat er geen sprake is van toerekenbaar tekortschieten van Privateer in de nakoming van de overeenkomst.
- 2.14.
Bij brief van de advocaat van [A] van 20 mei 2010 is Privateer wederom gesommeerd om herstelwerkzaamheden aan het schip uit te voeren. Hierna hebben partijen verder gecorrespondeerd om tot een oplossing omtrent het ontstane geschil over de gebreken aan het schip te komen. Uiteindelijk zijn partijen overeengekomen om twee experts aan te zoeken, één expert van de zijde van [A] (de heer D.J. Van der Zee) en één van de zijde van Privateer (de heer R.C. Schuijt), om vast te stellen of er (nog) sprake was van gebreken aan het schip.
- 2.15.
Privateer heeft de advocaat van [A] bij brief van 17 juni 2010 onder meer medegedeeld:
"(…) Er wordt een bijeenkomst gepland op de boot van de heer [A], in aanwezigheid van de heer [A], een vertegenwoordiger van de werf, en een scheepsexpert die niet eerder betrokken is geweest bij dit onderwerp.
Deze bijeenkomst heeft ten doel de heer [A] zijn technische ongenoegens over zijn boot te laten uitleggen. Hij kan dan ook ter plekke aanwijzen wat hij bedoeld. De scheepsexpert kan dan in zijn rapport aangeven wat zijn oordeel is over het ongenoegen van de heer [A]. Daarbij zal hij aangeven of een technische oplossing mogelijk zou zijn en welke vorm die zou kunnen hebben. De oorsprong van het ongenoegen speelt bij die beoordeling geen rol.
Het rapport van de scheepsexpert is voor beide partijen leidend voor de afwikkeling van deze langslepende kwestie.
(…)
Wij hechten eraan het volgende te stellen. Privateer Yachts BV streeft naar tevreden klanten. Dit tracht zij te bereiken met alle haar ten dienste staande middelen. De werf wil graag ook de heer [A] als tevreden klant in haar boeken kunnen schrijven. Daarom is Privateer Yachts bereid technisch uitvoerbare oplossingen die uit het boven bedoelde rapport voortkomen te bespreken, zodat de heer [A] tevreden zijn schip kan gebruiken in de toekomst."
- 2.16.
Op 19 en 20 november 2010 hebben de beide experts het schip onderzocht. Van der Zee heeft nadien (eenzijdig) een rapport van bevindingen d.d. 5 januari 2011 opgesteld. Dit rapport heeft hij aan collega-expert Schuijt toegezonden, die bij e-mail van 6 januari 2011 aan Van der Zee heeft bericht dat het rapport is opgesteld conform hun bevindingen en dat hij het rapport nog nader met Privateer zou bespreken. Hierna heeft Van der Zee een aangepast rapport van bevindingen d.d. 24 mei 2011 opgesteld. Schuijt en Privateer hebben vervolgens naar aanleiding van het aangepaste rapport op 6 september 2011 een gesprek gevoerd. Van dit gesprek is een verslag opgesteld, waarin puntsgewijs de opmerkingen van Privateer op voormeld rapport zijn weergegeven.
- 2.17.
Partijen hebben vervolgens nog uitgebreid met elkaar gecorrespondeerd over de hen verdeeld houdende kwestie van de gebreken aan het schip, hetgeen niet tot een oplossing in der minne heeft geleid.
- 2.18.
Deskundige Schuijt is in een 29 oktober 2012 gedateerde schriftelijke verklaring ingegaan op de gezamenlijke expertise die hij met Van der Zee heeft uitgevoerd met betrekking tot het schip. Hierin meldt Schuijt:
"(…) Er waren pertinent geen items waar geen consensus over bereikt zou kunnen worden en de werf heeft zich steeds bereid verklaard punten aan te pakken, ongeacht of zij daartoe verplicht zou zijn of niet. Er zijn gezien ons gezamenlijke rapport weinig items die terug te voeren zijn op een onjuiste levering van het motorjacht.
Ondanks herhaald verzoeken om een reactie van Van der Zee/Hommersom, zie ook mijn brief dd. 29 januari 2012, bevreemd het mij in hoge mate dat er pas na ca. 1 jaar een reactie komt in de vorm van een dagvaarding.
Er waren immers afspraken gemaakt, dat de beide experts (Van der Zee/Schuijt) tot een vergelijk zouden moeten komen. Dit laatste is ondergetekende niet geboden, hetgeen een hoogst merkwaardige handelwijze is.
Door het proces dermate te vertragen / te frustreren wordt de kwestie zeer bemoeilijkt, omdat oorspronkelijke zaken met onderhoudszaken door elkaar gaan lopen.
Indien het onderhavige jacht onveilig/niet deugdelijk zou zijn, is het onbegrijpelijk dat ondanks de klachten/vermeende klachten normaal gebruik van het motorjacht is gemaakt."
- 2.19.
Deskundige Van der Zee heeft bij e-mail aan de advocaat van [A] van 3 januari 2013 onder meer opgemerkt:
"In reactie op het schrijven van de heer Schuijt d.d. 29-01-2012 het volgende:
De heer Schuijt merkt inderdaad correct op dat hij met ondergetekende op 27-09-2011 de lijst met punten heeft doorgenomen. Tijdens dit gesprek hebben wij een groot deel van de punten aangemerkt met een krul welke naar beider mening (Schuijt en ondergetekende) door Privateer zonder enige discussie opgelost zouden moeten worden.
De overige punten, welke door de heer Schuijt als niet relevant of discutabel werden gekwalificeerd, hebben wij aangemerkt met een vraagteken. Deze punten, waaronder een aantal CE-gerelateerde, hebben wij derhalve geparkeerd om nader te bespreken en/of uit te werken. Hierbij hebben wij opgemerkt dat de CE gerelateerde punten wellicht ter beoordeling voorgelegd zouden kunnen worden aan een CE deskundige (Notified Body).
We zijn geëindigd met de afspraak dat de voornoemde besproken zaken zouden worden voorgelegd aan de wederzijdse opdrachtgevers met de aanvullende opmerking dat, indien de heer [A] bereid zou zijn het vaartuig aan te leveren voor het herstellen van de punten, het uiteindelijke resultaat beoordeeld zou worden door beide experts en dat alle rechten tot die tijd worden voorbehouden.
Naar wij hebben begrepen heeft Privateer, ondanks uw herhaalde verzoeken, zich (nog) niet geconformeerd aan datgene wat de experts zijn overeengekomen.
Het is derhalve dan ook niet correct dat de heer Schuijt opmerkt dat hij geen enkele reactie heeft ontvangen. Wellicht is de heer Schuijt niet op de hoogte geweest van de later, door u gevoerde, correspondentie met Privateer en/of zijn advocaat.
Het bevreemd ons dan ook dat Privateer zich, om ons volslagen onbekende redenen, niet conformeert aan de bevindingen en conclusies van de door hen aangestelde en benoemde expert. (…)"
3. Het geschil
3.1.
[A] vordert dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
- -
de tussen partijen gesloten overeenkomst gedeeltelijk ontbindt, in dier voege dat de door [A] verschuldigde koopprijs wordt verminderd met een bedrag nader op te maken bij staat en vast te stellen volgens de wet en Privateer veroordeelt tot betaling van het daarmee gemoeide bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding;
subsidiair:
- -
de gevolgen van de overeenkomst wijzigt, in dier voege dat de door [A] verschuldigde koopprijs wordt verminderd met een bedrag nader op te maken bij staat en vast te stellen volgens de wet en Privateer veroordeelt tot betaling van het daarmee gemoeide bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding;
primair en subsidiair:
- -
een deskundige benoemt ter beoordeling van de gebreken aan het schip, de hieruit voortvloeiende reparatiekosten, de aan [A] op te komen schade ter zake niet reparabele gebreken en verschil tussen waarde van het schip in correcte staat en in de thans bestaande toestand/met de thans bestaande gebreken en al hetgeen te onderzoeken wat in dezen nog relevant kan zijn voor de beoordeling van het geschil;
- -
als deskundige te benoemen Dutch Marine Inspection B.V. te Scheemda (de aangewezen keuringsinstantie voor pleziervaartuigen volgens richtlijn 94/25 EG en 2003/44 EG onder nummer 2248) teneinde te beoordelen of en in hoeverre het schip voldoet aan de geldende CE-vereisten, de hieruit voortvloeiende reparatiekosten, de aan [A] op te komen schade ter zake niet reparabele gebreken en verschil tussen waarde van het schip in correcte staat en in de thans bestaande toestand/met de thans bestaande gebreken en al hetgeen te onderzoeken wat in dezen nog relevant kan zijn voor de beoordeling van het geschil;
- -
Privateer veroordeelt tot betaling van schadevergoeding ter zake van alle aan [A] opgekomen schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding;
- -
Privateer veroordeelt tot betaling van schadevergoeding ad € 48.754,55 ex artikel 6:96 BW, althans een bedrag door de rechtbank in goede justitie vast te stellen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding;
- -
Privateer veroordeelt tot betaling van de kosten van het geding, die van een eventuele executie daaronder begrepen alsmede de nakosten.
3.2.
Privateer concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [A], onder
veroordeling van [A] - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten van het geding.
4. Het standpunt van [A]
4.1.
Privateer is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst, nu er sprake is van een groot aantal gebreken aan het schip. Tijdens het gebruik van het schip - dat [A] eerst vanaf eind mei 2008 kon gebruiken - constateerde [A] steeds meer gebreken. Deze gebreken zijn door deskundige Brunsmann gedocumenteerd. [A] heeft Privateer meerdere keren in de gelegenheid gesteld, alsook gesommeerd, om het schip af te leveren conform de staat die [A] bij het aangaan van de overeenkomst mocht verwachten. Privateer is daarmee echter in gebreke gebleven. Privateer is derhalve in verzuim geraakt. Het alsnog herstellen van de gebreken aan het schip door Privateer is naar de mening van [A] thans een gepasseerd station. Ter onderbouwing van de huidige stand van zaken met betrekking tot de gebreken aan het schip verwijst [A] naar een lijst van gebreken die hij ter gelegenheid van de comparitie bij brief van zijn raadsman van 28 december 2012 in het geding heeft gebracht (de rechtbank heeft deze lijst van gebreken als bijlage I aan dit vonnis gehecht). Het door Privateer gedane beroep op rechtsverwerking vanwege te laat klagen over de gebreken dient te worden verworpen, nu dit beroep in strijd is met de goede trouw en bovendien tardief is. Daartoe stelt [A] dat Privateer in haar brief van 17 juni 2010 expliciet heeft aangegeven mee te werken aan een gezamenlijk onderzoek naar de gebreken aan het schip. Indien [A] eerder had geweten dat Privateer zich op rechtsverwerking zou beroepen, had hij niet zoveel tijd genomen om de gebreken in kaart te brengen en had hij direct een verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht bij de rechtbank ingediend.
4.2.
Gelet op het voorgaande vordert [A] dat de overeenkomst gedeeltelijk wordt ontbonden vanwege wanprestatie, althans op grond van dwaling de gevolgen van de koopovereenkomst worden gewijzigd, (in beide gevallen) in die zin dat de door [A] verschuldigde koopprijs wordt verminderd met een bedrag nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en dat Privateer wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan [A].
4.3.
Voorts dient volgens [A] een deskundige te worden benoemd die de gebreken aan het schip beoordeelt, alsmede de noodzakelijke reparatiekosten en de door [A] geleden schade in verband met niet reparabele gebreken en het verschil tussen de waarde van het schip in correcte staat en in de thans bestaande toestand. Ook dient er een deskundige te worden benoemd, die dient te beoordelen of het schip al dan niet voldoet aan de geldende CE-vereisten. Volgens [A] bestaat er op grond van de aan het schip vastgestelde gebreken namelijk gerede twijfel of de CE-keuring destijds wel terecht is afgegeven. Het bureau dat de CE-verklaring heeft afgegeven (ECB), staat in een nauwe contractuele relatie met Privateer, op grond waarvan aan de onafhankelijkheid van deze instantie moet worden getwijfeld.
4.4.
Ten slotte dient Privateer alle door [A] geleden schade te vergoeden, waaronder - op de voet van artikel 6:96 BW - de kosten ter vaststelling van de schade (expertkosten) en buitengerechtelijke incassokosten. Deze kosten worden door [A] begroot op een bedrag van € 48.754,55.
5. Het standpunt van Privateer
5.1.
De levering van het schip heeft op 29 februari 2008 plaatsgevonden, waarna met het schip gedurende het hele vaarseizoen is gevaren. Pas na afloop van het vaarseizoen 2008, in november 2008 (9 maanden na de aflevering) heeft [A] aan de hand van het (eerste) rapport van Brunsmann bij Privateer geklaagd. Gezien de aard van en de hoeveelheid gebreken die [A] stelt, moet worden aangenomen dat [A] hiermee al veel eerder bekend was, althans redelijkerwijs had kunnen zijn. Van [A] had mogen worden verwacht dat hij Privateer zo spoedig mogelijk na de ontdekking van de gebreken aan het schip daarvan op de hoogte had gesteld. [A] heeft evenwel gewacht met klagen tot na afloop van het vaarseizoen 2008. Daarmee is er niet binnen bekwame tijd geklaagd, zoals bedoeld in de artikelen 6:89 en 7:23 lid 1 BW, op grond waarvan [A] zijn rechten terzake de gebreken heeft verwerkt, aldus Privateer. Een en ander geldt te meer voor de gebreken die niet in het eerste rapport van Brunsmann d.d. 27 oktober 2008 zijn genoemd, maar die eerst zijn vermeld in het rapport van Brunsmann d.d. 28 mei 2009. Over deze nieuwe, latere gebreken heeft [A] pas geklaagd bij brief van zijn advocaat d.d. 13 november 2009, waarbij Privateer eerst toen het tweede rapport van Brunsmann onder ogen kreeg. Deze "nieuwe" gebreken zijn dan ook te laat bij Privateer gemeld. Er was bovendien toen al anderhalf jaar verstreken na de levering van het schip en [A] had reeds twee seizoenen met het schip gevaren. Ten aanzien van door Privateer verrichte herstel- en aanvullende werkzaamheden heeft [A] ook zijn rechten verwerkt door niet binnen bekwame tijd op dit punt bij Privateer te klagen. Bedoelde werkzaamheden waren al op 8 mei 2009 afgerond, [A] heeft hierna een expertise door Brunsmann laten uitvoeren, waarna [A] Privateer vervolgens pas op 13 november 2009 van de nadere bevindingen van Brunsmann op de hoogte heeft gesteld.
5.2.
[A] kan zich evenmin op eventuele tekortkomingen aan de zijde van Privateer beroepen, gelet op de door Brunsmann namens [A] op 8 mei 2009 ondertekende akkoordverklaring. Met deze akkoordverklaring is het tussen partijen ontstane geschil over de tekortkomingen met wederzijds goedvinden beëindigd. Privateer mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat met deze akkoordverklaring het geschil was afgedaan. Daarbij wijst Privateer er nog op, dat de akkoordverklaring - blijkens de bewoordingen daarvan - niet alleen ziet op de in het rapport van 10 maart 2009 opgesomde werkzaamheden, maar óók op de in het daaraan voorafgaande rapport van 27 oktober 2008 genoemde gebreken. Indien de akkoordverklaring alleen zou zien op de in het rapport van 10 maart 2009 opgesomde werkzaamheden, dan wijst Privateer erop dat dit rapport ook aldus moet worden begrepen dat Brunsmann zich namens [A] ermee akkoord heeft verklaard dat 57 van de 73 gebreken uit het rapport van 27 oktober 2008 naar tevredenheid zijn verholpen. Dan zouden alleen de in dat rapport genoemde gebreken 1, 2, 6, 7, 15, 16, 23, 34, 47, 52, 53, 56 en 57 - waarover partijen het niet eens zijn geworden - zijn uitgezonderd van de akkoordverklaring.
5.3.
Privateer heeft een schip geleverd dat de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn. Naar de mening van Privateer heeft [A] niet aan zijn stelplicht terzake van de vermeende gebreken voldaan. [A] heeft in de dagvaarding volstaan met de enkele, algemene stelling dat er sprake is van gebreken onder verwijzing naar de producties bij de dagvaarding. Evenwel heeft [A] nagelaten om concreet en onderbouwd aan te geven om welke gebreken het (thans nog) gaat. Ook is niet ten aanzien van alle gebreken duidelijk hoe deze (kunnen) zijn ontstaan, aldus Privateer. Het valt kennelijk ook nogal mee met de gebreken aan het schip, nu [A] reeds vanaf 2008 met het schip vaart. Veel van de gestelde gebreken aan het schip zien uitsluitend op kleine (uiterlijke) onvolkomenheden, die niet afdoen aan de deugdelijkheid van het schip. In dezen verwijst Privateer uitdrukkelijk naar artikel 5 lid 7 van de algemene voorwaarden, waaruit volgt dat deze onvolkomenheden geen tekortkoming in de zin van artikel 6:265 lid 1 BW opleveren.
5.4.
Het voorgaande brengt volgens Privateer met zich dat er geen grond is voor gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst zoals door [A] is gevorderd. Evenmin kan [A] - nu van enige tekortkoming zijdens Privateer geen sprake is - zich beroepen op dwaling, nog daargelaten dat niet is onderbouwd waaruit de dwaling zou bestaan.
5.5.
Benoeming van een (nieuwe) deskundige ter vaststelling van de gebreken aan het schip, zoals [A] wenst, ligt niet in de rede nu er al diverse deskundigenrapporten zijn uitgebracht waardoor er voldoende informatie beschikbaar is aangaande de vermeende gebreken. Voor benoeming van een deskundige om te beoordelen of het schip aan de geldende CE-vereisten voldoet, bestaat evenmin reden. Met de afgifte van het CE-certificaat staat vast dat er een deugdelijk schip is geleverd dat aan de wettelijke eisen voldoet. Dat er reden zou zijn om aan de afgegeven CE-certificering te twijfelen, is door [A] niet onderbouwd.
5.6.
Ten slotte stelt Privateer dat [A] zijn schade niet heeft onderbouwd. Minst genomen had van [A] mogen worden verwacht dat hij inzicht had gegeven in de diverse schadeposten. [A] kan niet simpelweg in algemene termen vorderen dat Privateer dient te worden veroordeeld tot vergoeding van alle opgekomen schade. Bovendien bestaat er bij de gewenste gedeeltelijke ontbinding c.q. wijziging van de overeenkomst geen ruimte voor vergoeding van alle schade, zoals [A] wenst. Indien [A] herstelkosten vergoed wenst te zien, dan is dat een vordering tot betaling van vervangende schadevergoeding om het schip in de staat te brengen waarin deze had moeten worden geleverd. Een en ander strookt niet met het tevens vorderen van aanpassing van de aanneemsom, door deze te verminderen met de geleden schade. Ook betwist Privateer de op basis van artikel 6:96 BW door [A] gevorderde vergoeding van kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en buitengerechtelijke incassokosten.
6. De beoordeling van het geschil
6.1.
De rechtbank constateert dat beide partijen naar aanleiding van het proces-verbaal van comparitie bij brief een aantal opmerkingen hebben gemaakt omtrent de inhoud van het proces-verbaal. Deze brieven zijn aan het proces-verbaal gehecht en maken daarvan thans deel uit. Voor zover nodig, zal de rechtbank hierna nader ingaan op de door partijen gemaakte opmerkingen.
6.2.
De rechtbank overweegt dat het hier een geschil met een internationaal karakter betreft, nu eiser [A] in Duitsland woont. Derhalve dient eerst te worden beoordeeld of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen van [A] en zo ja, welk recht van toepassing is op het geschil.
6.2.1.
De rechtbank acht zich op grond van artikel 2 lid 1 EEX-Verordening bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van [A].
6.2.2.
Het op de overeenkomst van partijen toepasselijke recht dient te worden bepaald aan de hand van het Europees Verdrag inzake verbintenissen uit overeenkomst (hierna te noemen: EVO), nu de overeenkomst dateert van vóór de inwerkingtreding van de Rome I Verordening per 17 december 2009. Partijen hebben geen rechtskeuze gedaan als bedoeld in artikel 3 van het EVO. In dit geval wordt de overeenkomst van partijen daarom, krachtens artikel 4 lid 1 EVO, beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst verbonden is. De overeenkomst wordt vermoed het nauwst verbonden te zijn met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten, ten tijde van het sluiten van de overeenkomst zijn gewone woonplaats heeft. Dat is in dit geval Nederland, omdat de kenmerkende prestatie - het bouwen van de boot - in Nederland heeft plaatsgevonden. Derhalve is Nederlands recht van toepassing op de overeenkomst van partijen.
6.3.
De overeenkomst van partijen dient naar het oordeel van de rechtbank als een gemengde overeenkomst te worden beschouwd, die zowel kenmerken van een koopovereenkomst als van een aannemingsovereenkomst in zich heeft. In het vervolg van dit vonnis zal dan ook worden uitgegaan van een koop-/aannemingsovereenkomst, met dien verstande dat deze overeenkomst voor wat betreft het koopgedeelte meer specifiek als een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 lid 1 en lid 4 BW moet worden beschouwd.
6.4.
Kernpunt van het geschil tussen partijen zijn de door [A] gestelde gebreken aan het schip. In de dagvaarding zijn deze gebreken door [A] niet duidelijk voor het voetlicht gebracht, door te verwijzen naar achterliggende rapportages die als producties in het geding zijn gebracht, zonder voldoende concrete toelichting op deze rapportages in de dagvaarding zelve. Privateer heeft hier bij conclusie van antwoord terecht op gewezen. [A] heeft vervolgens bij brief van zijn raadsman van 28 december 2012 alsnog een gespecificeerd overzicht in het geding gebracht van gebreken aan het schip. De rechtbank zal bij de verdere beoordeling van het geschil deze gebrekenlijst (bijlage I bij dit vonnis) als uitgangspunt nemen.
6.5.
Alvorens de rechtbank tot een inhoudelijke beoordeling van de gestelde gebreken kan komen, dient te worden ingegaan op de vraag of [A] tijdig bij Privateer heeft geklaagd over deze gebreken, als bedoeld in artikel 6:89 en 7:23 lid 1 BW. Strekking van deze wetsartikelen is dat de consument-koper er geen beroep op kan doen dat hetgeen is geleverd niet aan de koopovereenkomst beantwoordt, indien hij de verkoper daarvan niet binnen bekwame tijd nadat hij dit heeft ontdekt kennis heeft gegeven. De klachttermijn vangt aan zodra de koper ontdekt dat de afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt (zie HR 13 juli 2007, NJ 2007, 408). Of er tijdig is geklaagd, dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval, waaronder het nadeel voor de verkoper door de lengte van de in acht genomen klachttermijn. Een uitgangspunt voor een vaste termijn kan daarbij niet worden gehanteerd (zie HR 29 juni 2007, NJ 2008, 606). Artikel 7:23 lid 1 BW bestrijkt mede het geval dat de verkoper een zaak opnieuw aan de koper aflevert, nadat hij daaraan herstelwerkzaamheden heeft verricht op verzoek of na sommatie van de koper (zie HR 29 juni 2007, NJ 2008, 605). De koper die niet op tijd klaagt, verliest alle rechten ter zake van de tekortkoming wegens non-conformiteit. Volgens de parlementaire geschiedenis valt hieronder ook dikwijls het recht zich op een wilsgebrek te beroepen, aangezien een beroep op dwaling of bedrog vaak samenhangt met het feit dat de afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt. Een koper mag nader onderzoek instellen naar de afgeleverde zaak; dit onderzoek moet door koper worden ingesteld en uitgevoerd met de voortvarendheid die gelet op de omstandigheden van het geval van hem mag worden gevergd (zie HR 29 juni 2008, NJ 2008, 606). Indien de resultaten van een onderzoek naar de afgeleverde zaak bekend zijn, dient de koper die resultaten vervolgens met bekwame spoed ter kennis van de verkoper te brengen (zie MvA I, Parl. Gesch. InvW 7, p. 157/8).
6.6.
De rechtbank stelt vast dat het schip in mei 2008 daadwerkelijk aan [A] is afgeleverd. [A] heeft het schip vervolgens gedurende het vaarseizoen 2008 gebruikt, waarna hij eind november 2008, aan de hand van het eerste rapport van Brunsmann, bij Privateer heeft geklaagd over gebreken aan het schip. Daarmee heeft [A] naar het oordeel van de rechtbank, in de gegeven omstandigheden, binnen bekwame tijd geklaagd. Niet gesteld of gebleken is dat er bij de aflevering een formele oplevering van het schip heeft plaatsgevonden, waarbij [A] in de gelegenheid is gesteld om (de deugdelijkheid van) het schip te inspecteren. [A] moest dus als het ware al varende het gebruik van het schip ervaren. Dat hij van gebreken aan het schip pas na het vaarseizoen 2008 melding heeft gemaakt, acht de rechtbank dan ook niet onbegrijpelijk. Daarbij komt nog, dat er ook nog enige tijd is verstreken als gevolg van het in opdracht van [A] door Brunsmann ingestelde onderzoek naar gebreken aan het schip.
6.7.
Hierna zijn er, in of omstreeks de weken 14 tot en met 16 van 2009, herstelwerkzaamheden door Privateer uitgevoerd aan het schip. Gelet daarop, lag het naar het oordeel van de rechtbank op de weg van [A] om na het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden binnen bekwame tijd melding te maken bij Privateer van eventuele gebreken aan het schip. Daarvan is in de gegeven omstandigheden echter geen sprake geweest. Daartoe is het volgende redengevend. Allereerst heeft Brunsmann zich na het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden namens [A] bij verklaring van 8 mei 2009 uitdrukkelijk akkoord heeft verklaard met door Privateer uitgevoerde (herstel- en andere) werkzaamheden aan het schip. Vervolgens is er een nieuw onderzoek naar de gebreken aan het schip door Brunsmann uitgevoerd, hetgeen heeft geresulteerd in diens rapportage van 28 mei 2009. Na het gereedkomen van deze rapportage had [A] deze rapportage onverwijld ter kennis van Privateer moeten brengen, hetgeen echter niet is gebeurd. Integendeel, [A] heeft gedurende het gehele vaarseizoen 2009 gebruik gemaakt van het schip en heeft pas bij brief van zijn advocaat van 13 november 2009 wederom bij Privateer geklaagd over gebreken aan het schip. Daarmee is er naar het oordeel van de rechtbank door [A] niet binnen bekwame tijd geklaagd over de gebreken en de uitgevoerde werkzaamheden aan het schip. In beginsel zou [A] dientengevolge zijn rechten uit hoofde van tekortschieten wegens non-conformiteit hebben verspeeld.
6.8.
De rechtbank dient bij haar oordeel echter tevens te betrekken in hoeverre de belangen van Privateer al dan niet zijn geschaad als gevolg van het late klagen door [A] in 2009 (zie HR 25 maart 2011, Rvdw 2011, 419). Het niet voldoen aan de klachtplicht van artikel 6:89 en 7:23 lid 1 BW leidt tot een vorm van rechtsverwerking en is daarmee een uitwerking van de redelijkheid en de billijkheid. Indien niet binnen bekwame tijd is geklaagd en de verkoper daardoor in zijn belangen is geschaad, dient de daarmee verstoorde balans tussen partijen te worden hersteld door aan de koper zijn vorderingsrechten te ontzeggen (zie gerechtshof Leeuwarden 17 april 2012, NJF 2012, 258). Ook acht de rechtbank van belang in dezen de ernst van de tekortkoming en de houding van partijen na het bekend worden van de gestelde gebreken.
6.9.
In dat verband stelt de rechtbank allereerst vast, dat Privateer zich eind 2009 er niet op heeft beroepen dat [A] te laat zou hebben geklaagd over de gebreken en de uitgevoerde (herstel- en andere) werkzaamheden. Na enige correspondentie over en weer heeft Privateer bovendien haar medewerking verleend aan het uitvoeren van een onderzoek naar de gebreken aan het schip door een tweetal deskundigen. Hiermee heeft Privateer laten blijken te willen meewerken aan het in kaart brengen van de gebreken. Ook staat vast dat Privateer - zie bijvoorbeeld haar brief van 17 juni 2010 - zich bereid heeft verklaard om nadere werkzaamheden aan het schip uit te voeren. Tegen deze achtergrond acht de rechtbank het eerst in rechte door Privateer gedane beroep op schending van de klachtplicht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
6.10.
De conclusie is derhalve dat het door Privateer gedane beroep op schending van de op [A] rustende klachtplicht moet worden verworpen. Datzelfde geldt
- -
mutatis mutandis - op basis van vorenstaande overwegingen voor het beroep dat Privateer heeft gedaan op de akkoordverklaring die Brunsmann op 8 mei 2009 namens [A] heeft ondertekend naar aanleiding van de uitgevoerde (herstel- en andere) werkzaamheden aan het schip.
6.11.
Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank toe aan een inhoudelijk oordeel omtrent de door [A] gestelde - en door Privateer betwiste - gebreken aan het schip.
6.12.
De rechtbank hanteert daarbij als vertrekpunt het door de beide deskundigen Van der Zee en Schuijt uitgevoerde onderzoek naar gebreken aan het schip. Deze deskundigen hebben zich in de gebreken verdiept, er is een rapportage opgesteld, maar het is - door welke reden dan ook - niet tot een afronding, in de zin van het tot stand komen van een eindrapportage voorzien van de handtekening van de beide deskundigen gekomen. De rechtbank acht het wenselijk dat deze beide deskundigen - die inmiddels bekend zijn met het schip - de draad weer oppakken en aan de hand van de door [A] opgestelde gebrekenlijst (bijlage I bij dit vonnis) de rechtbank van advies dienen over de stand van zaken ten aanzien van (eventuele) gebreken aan het schip. Het alternatief is dat de rechtbank één of meerdere andere deskundigen benoemt. Zodanige deskundigen beschikken niet over de voorkennis van Van der Zee en Schuijt aangaande het schip, zodat denkbaar is dat in het geval er één of meerdere andere deskundigen worden benoemd, de kosten van een deskundigenonderzoek hoger zullen zijn dan wanneer Van der Zee en Schuijt aan de slag gaan als (door de rechtbank benoemde) deskundigen.
6.13.
De rechtbank verzoekt partijen om zich bij akte na tussenvonnis uit te laten omtrent hetgeen in r.o. 6.12. is overwogen. Indien partijen zich in het gedane voorstel zouden kunnen vinden, dan worden zij verzocht om na te gaan of Van der Zee en Schuijt bereid zijn om als deskundigen te fungeren en dat bij vorenbedoelde akte te melden. Mochten Van der Zee en Schuijt deze bereidheid hebben, dan wordt partijen tevens verzocht zich uit te laten over de aan de deskundigen te stellen vragen en het voorschot dat door Van der Zee en Schuijt wordt gevraagd voor hun onderzoek.
6.14.
Indien de voorgestelde route van de benoeming door de rechtbank van Van der Zee en Schuijt als deskundigen niet haalbaar blijkt te zijn, dan dienen partijen, conform het door deze rechtbank gehanteerde beleid voor benoeming van deskundigen zelf de naam van één of meer deskundigen aan te dragen. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen alsdan in onderling overleg overeenstemming bereiken omtrent de persoon van de deskundige. Partijen dienen die deskundige op voorhand gezamenlijk te benaderen voor het verkrijgen van inlichtingen omtrent aard en duur van het onderzoek, termijn van mogelijke rapportage en de kosten die met het uitvoeren van het onderzoek gemoeid zijn. Voor zover partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over de persoon van de deskundige en mitsdien iedere partij een deskundige voorstelt, dienen partijen gemotiveerd aan te geven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige, en waarom door de wederpartij voorgestelde deskundige niet voor benoeming in aanmerking zou moeten komen. De rechtbank zal dan in beginsel, na weging van de onderbouwing vóór en tegen de benoeming van een potentiële deskundige, een door één der partijen aangedragen deskundige benoemen. De rechtbank wijst partijen er op dat hun ook in dit geval zal worden opgedragen de te benoemen deskundige te benaderen voor het verkrijgen van inlichtingen omtrent aard en duur van het onderzoek, termijn van mogelijke rapportage en de kosten die met het uitvoeren van het onderzoek gemoeid zijn.
6.15.
Het debat tussen partijen of het schip aan de vigerende CE-normen voldoet, komt later in dit geding aan de orde. Eerst zal moeten worden bezien of er sprake is van gebreken aan het schip en zo ja, welke dat zijn.
6.16.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
7. De beslissing
De rechtbank:
7.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 17 juli 2013 voor akte uitlating aan de zijde van beide partijen inzake hetgeen hiervoor in r.o. 6.13. e.v. is bepaald;
7.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Giltay en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter op 5 juni 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.
fn 343 ?
Bijlage I bij het vonnis.
Nr. Gebrek
- 5.
Het vaartuig ruikt regelmatig naar fecaliën
- 6.
De gemeten doorvaarthoogte bedraagt 3,45 meter, hetgeen niet conform de overeenkomst was. [A] heeft de doorvaarthoogte aangepast naar 3,35 meter, met welke kosten van
€ 3.285,23 incl BTW gemoeid zijn geweest en waarvoor hij Privateer aansprakelijk acht.
- 7.
Het voertuig ligt aan de voorzijde te diep in het water. Daarvoor schip lag, ten opzichte van het achterschip, circa 85 mm dieper in het water, ondanks het plaatsen van een hoeveelheid ballast in het achterschip.
- 8.
Op het zwemplatform bevindt zich vocht tussen de kitnaden van het dak en de roestvrijstalen boulders. Dit is ook het geval bij de bevestiging van de zwemtrap.
10 Voor de doorgang in de railing naar het zwemplatform is het teakhouten dek asymmetrisch gelegd en niet gecentreerd tussen beide hekstoel delen.
13 Bij de bakboordbevestiging van de trap aan de spiegel is een reparatie van het verfsysteem slordig uitgevoerd.
15 In de reling rondom het achterdek is geen tussendraad c.q. tussenbuis aangebracht. In de reling rondom het achterdek is de onderste buis te hoog boven het dek aangebracht. Niet conform CE voorwaarden.
16 De kabelaring wordt vooral in het voorschip bij stevig raken terug gedrukt. Het terughalen in positie ervan is lastig en soms haast niet mogelijk.
18 Bij de dekkisten achter op het achterdek is roest in de naden aan de binnenzijde van de luikhoofden zichtbaar.
19 Water dat zich op luiken van het dek bevindt, loopt bij het openen van de luiken de dekkisten in.
23 Het onderwaterschip is in afwijking van de overige vaartuigen van hetzelfde type voorzien van twee relatief diep stekende kimkielen. De kimkielen strekken zich uit vanaf de voorzijde van het roestvrijstalen berghout tegen de romp tot aan de achterzijde van de cabriolet kap en steken 1 meter diep. Deze constructie is niet deugdelijk en niet conform CE.
26 Beide hekstoelen staan niet in lijn met elkaar.
26 Het fluxgate kompas is scheef op de mast gemonteerd.
31 Bij de koelwaterpomp voor het externe koelwatercircuit is olielekkage zichtbaar tevens midden onder de motor.
34 Niet elk compartiment beschikt over de mogelijkheid om te lenzen. Er is geen handlenspomp of tweede elektrische pomp aanwezig.
35 De buitendouche heeft een geringe wateropbrengst.
37 Uitlaat van de motor lekt ter plaatse van de aansluitingen met de demper.
41 Bij de warmtewisselaar van de hoofdmotor lekken de slangaansluitingen.
44 Van de koelcompressie unit hangt de bedrading los.
46 Het bovenste roerlager is met te korte bouten op de hennegatskoker gemonteerd. De moeren zijn niet geborgd en passen niet volledig op de bouten.
48 Uit de gootsteenafvoer ontsnapt, vooral bij gebruik van de gootsteen, onaangenaam geurende lucht. Dit geldt ook voor de spoelbak in de natte cel achter.
52 Bij neutraal geschakelde hoofdmotor is onvoldoende vermogen van de boeg- en hekschroef beschikbaar.
53 Enkele drinkwaterleidingen zijn niet af te tappen.
54 De hekschroef motor en de aansluitingen daarop zijn onbereikbaar.
55 De tankinhoudsmeter van de vuilwatertank functioneert niet.
57 Rond het luik in het achterste machinekamerschot zijn kieren zichtbaar.
61 De koelkasten zijn met houtschroeven vastgezet. Deze schroeven zijn dwars door binnen en buitenwanden vastgeschroefd en zijn van het verkeerde materiaal en qua vorm ongeschikt. Enkele schroeven zijn precies op de rand van de plaat in het hout gedraaid. Een storende kier is zichtbaar tussen de koelkasten en de nissen waarin deze zijn geplaatst.
62 De kastdeurtjes in het dekhuis, aan stuurboord naast de doorgang van de achterhut, hangen niet recht onder elkaar. Daarbij is het hout van deze deurtjes niet uitgevoerd met een passende vlam ten opzichte van het schot waarin zij zich bevinden. Het onderste deurtje is van een beduidend lichtere houtsoort gemaakt dan de andere.
63 De houten luikhoofden van de vluchtluiken in de voorhut en de achterhut zijn van onvoldoende lak voorzien en daardoor aan de randen al licht aangetast.
65 Verschillende kastdeurtjes, maar in het bijzonder in de achterhut, zijn niet recht afgehangen.
66 De vergrendeling van de stuurhuis frontramen vertoont vooral in ontgrendelde toestand veel ruimte op de asjes.
69 Op diverse plaatsen is bij het gefineerde houtwerk door het fineer heen geschuurd of is het fineer door een andere oorzaak beschadigd. Het meest storende voorbeeld is de fineerbeschadiging en -reparatie onder de dekhuis frontramen tussen het bakboord- en middelste raam.
70 De aluminium ramen vormen op de aluminium lijsten, ondanks het aanwezig zijn van koudebrug, te veel condens. De deelnaden van de aluminium lijsten verspringen bij enkele ramen storend. De kunststof pezen over de raambevestigingen zijn plaatselijk minder fraai geplaatst, te kort en scheef afgesneden, waardoor als gevolg van krimp openingen ontstaan.
72 In het zwemplatform is aan bakboord losse ballast in de vorm van loden broodjes opgestapeld.
74 Als gevolg van lekkage via de luchthapper aan het dek was het plafond en de voorste natte cel rondom de luchthapper licht ingewaterd.
75 De patrijspoorten aan weerszijden in het voorschip waren op verschillende wijze ingebouwd waardoor deze scheef ten opzichte van elkaar stonden.
76 De thermostaatkranen op diverse radiatoren kunnen enkel worden bediend na het demonteren (losschroeven) van de houten roosters.
77 De patrijspoorten in de achterhut waren voorzien van verschillende kleuren glas, aan bakboordzijde was een patrijspoort uitgevoerd met getint glas en het tweede met helder glas. Aan stuurboordzijde waren beide patrijspoorten voorzien van helder glas.
78 In de toegangsdeur naar de stuurhut zijn houtdelen gebruikt van verschillende kleur.
79 De digitenne unit was niet vast gemonteerd maar lag los in de achterwand van de stuurhut.
- 80.
Het huis van de schijnwerper rammelde en viel bijna uit elkaar.
- 81.
De geleverde tv antenne bleek niet geschikt voor vaartuigen. De antenne corrigeert namelijk niet het normale bewegen van het vaartuig wanneer het vaartuig ligt afgemeerd.
- 82.
Tijdens het brandstof tanken ondervindt [A] veel problemen door lucht in de vulleiding waardoor het vermoeden bestaat dat de ontluchting van de dieseltank niet voldoende is.
85 Het achterste deel van de hekstoel mist het tussenhuis.
86 In de ankerketting zat een slechte schalm. Op het merendeel was de schalm aanzienlijk dunner dan de overigen.
87 Vanwege de constructie is het niet mogelijk panelen van het windscherm afzonderlijk te klappen aangezien de aluminium hoeklijn aan het zijpaneel is geschroefd.
88 De pythtondrive vertoont speling (circa 2 mm).
89 In het teakdek onder de stuurstand hebben wij meerdere vlekken en verkleuringen geconstateerd. Deze vlekken zijn het gevolg van gelekte hydraulische olie tijdens de montage van de stuurpomp tijdens de nieuwbouw.
90 Vlak boven de Victron laders liep een waterslang. Tevens was het geurfilter vlak naast deze laders gemonteerd.