Prg. 2024/6
Strijd met art. 6 EVRM. De rechter mag niet ongemotiveerd voorbijgaan aan een verzoek om een mondelinge behandeling.
HR 24-11-2023, ECLI:NL:HR:2023:1623
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
24 november 2023
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide
- Zaaknummer
23/01675
- Conclusie
A-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1623, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 24‑11‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:989, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑10‑2023
- Wetingang
Essentie
Procesrecht. Mag rechter ongemotiveerd voorbijgaan aan verzoek om mondelinge behandeling?
Nee. Afwijzing mag slechts in zeer uitzonderlijke gevallen, waarbij redenen uitdrukkelijk moeten worden vermeld.
Samenvatting
In een aansprakelijkheidskwestie heeft de kantonrechter de exoneratieclausule als onredelijk bezwarend gekwalificeerd en de vordering van verzekeraar ASR (bij subrogatie) toegewezen. Daarop heeft geïntimeerde mondelinge behandeling verzocht, hetgeen de kantonrechter ongemotiveerd heeft gepasseerd en eindvonnis gewezen. Ex art. 80 lid 1 RO heeft geïntimeerde daartegen cassatie ingesteld. Het middel klaagt dat de kantonrechter door eindvonnis te wijzen, zonder op het verzoek tot mondelinge behandeling in te gaan, ten onrechte heeft nagelaten te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.